Skip to content

“Je raakt hoogbegaafdheid niet kwijt als je volwassen wordt” Het Landelijk Netwerk HB-HO is nieuw Talent Point.

De stichting Landelijk Netwerk HB-HO wil zorgen dat hoogbegaafde studenten de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. En met succes: op steeds meer hogescholen en universiteiten is er aandacht voor deze groep. Simone Keijsers is een van de oprichters van dit netwerk en op dit moment de voorzitter. Op 6 november 2026 wordt het netwerk officieel Talent Point.

“Ik werk op de Universiteit Leiden, waar ik in 2012 begon met het begeleiden van hoogbegaafde studenten. Toen ik om me heen keek, was ik tot mijn verbazing de eerste en enige in Nederland die dat deed in het hoger onderwijs. Tenminste: die daar echt de naam hoogbegaafdheidsbegeleider aan kon hangen. En dat was best wel zoeken in het begin.

Op een gegeven moment werd ik benaderd door iemand van de Universiteit Wageningen die ook zoiets wilde gaan doen. Langzamerhand kwamen er steeds meer mensen bij die vroegen: wat ben je eigenlijk aan het doen? En misschien willen wij dat ook wel.

Toen hebben we bij elkaar gezeten, daar sloeg de vlam in de pan. Binnen een week hadden we een missie en doelstellingen op papier staan, was er een website in de lucht en waren we een studiedag aan het organiseren. Met het idee: er is nauwelijks tot niets bekend over hoogbegaafdheid in het hoger onderwijs, daar moet verandering in komen.

Als je kijkt naar het feit dat er nu inmiddels op veel hogescholen en universiteiten iets gebeurt, dan heeft dat ook echt iets in beweging gezet. Wat ik daarbij heel erg mooi vind, is dat er nu ook in het MBO ontwikkelingen gaande zijn.

Als je nu kijkt naar hoogbegaafde studenten, wat merk je dan op?

Hoogbegaafde studenten kunnen bij je komen en allang weten dat ze hoogbegaafd zijn. Maar er zijn er ook bij voor wie het volledig nieuw is. Die ontdekken het echt tijdens hun studietijd. En het kan zijn dat een student het al jaren weet, maar er niet makkelijk over praat vanwege alle voordelen die hij of zij is tegengekomen. Ook zijn er hoogbegaafde studenten die zeggen: ‘Ik ben het niet meer’, omdat het studeren niet lukt.

Steeds meer basisscholen en middelbare scholen hebben aandacht voor hoogbegaafdheid. Dus je zou verwachten dat er meer studenten komen die goed weten wat ze nodig hebben. Merk je dat al?

Er komen maar weinig hoogbegaafde studenten bij mij die zeggen: ik ben hoogbegaafd en dit is wat ik nodig heb. Een universiteit is gewoon heel anders dan een middelbare school. Op de middelbare school heb je leerplicht, word je in de gaten gehouden door je ouders, je docenten, je mentor, de decaan. Op een universiteit of hogeschool word je verondersteld volwassen te zijn en het allemaal zelf te kunnen. Je wordt niet gezien, niet gemonitord. Als er iets is, moet je zelf aankloppen. Er is heel veel hulp, maar je moet die zelf gaan zoeken.

Heel veel studenten hebben last van uitstelgedrag. Maar op het moment dat er een hoogbegaafdheidsfactor bij zit, is de oorzaak van dat uitstelgedrag vaak heel anders. En dan werken de standaardoplossingen niet. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met hun zelfbeeld: ‘Ik ben gewoon lui’, of: ‘Ik ben gewoon dom. Ze zeiden altijd dat ik zo slim was, maar dat is dus toch niet waar.’ Gelukkig beginnen langzaam ook collega’s binnen onderwijsinstellingen naar ons door te verwijzen.

Wat hebben deze studenten nodig?

Veel hoogbegaafde studenten vinden heel veel dingen leuk. Daardoor kunnen ze teleurgesteld raken in hun studie, omdat die vaak te beperkt is en niet de diepgang geeft waar ze eigenlijk naar op zoek zijn. Of ze willen twee of drie opleidingen tegelijk doen, terwijl dat praktisch gezien bijna onmogelijk is: verplichte aanwezigheid waar niet vanaf mag worden afgeweken, roosters die niet matchen.

Verder hebben studenten nodig dat er kennis van en begrip voor hoogbegaafdheid is. Ze missen soms vaardigheden als het gaat om studeren, zelfmanagement en tentamens maken. Standaardoplossingen werken vaak niet. Dan moet er dus op een andere manier naar gekeken worden. Ook kunnen er op het sociale vlak uitdagingen zijn, bijvoorbeeld de communicatie met docenten of medestudenten kan lastig zijn, en ik zie veel gemis aan contact met peers van gelijke ontwikkeling.

Kort door de bocht zijn er drie groepen. De eerste groep heeft het universitair systeem door en laat dat voor zich werken, op de manier die hij of zij zelf wil. Dan is er de groep die mee kan in het systeem en de cijfers haalt die nodig zijn, maar daar helemaal niet happy mee is: met studeren, maar ook met het studentenleven. En dan is er de derde groep bij wie het gewoon niet lukt: op het gebied van studie, student zijn of allebei. En al die drie groepen hebben recht op aandacht.

Wat doet het Landelijk Netwerk HB-HO?

We geven voorlichting aan onderwijsinstellingen die daarom vragen, online of live. We geven webinars over bijvoorbeeld het herkennen van hoogbegaafde studenten of praktische studievaardigheden: hoe is dat nou anders bij hoogbegaafde studenten?
We willen daar binnenkort bijvoorbeeld graag iets mee over hoogbegaafd zijn en scriptie schrijven. In de praktijk lopen daar veel studenten op vast. Een scriptie is voor hen echt een ander verhaal: ze zijn gewend een papier in één keer te kunnen schrijven, maar dat kan niet met een scriptie.

Verder organiseren we een studiedag en dit jaar voor het eerst een festival. Een paar keer per jaar doen we netwerkmeetups. Die zijn alleen voor mensen die op hogescholen en universiteiten met de doelgroep werken. Niet voor iedereen die geïnteresseerd is, want dan merkten we dat we steeds dezelfde informatie moesten herhalen. Op die meetups kunnen we expertise uitwisselen, intervisie doen, elkaar stimuleren en steunen.

Daarnaast hebben we een website waar we informatie verzamelen, met een overzicht van wat er op alle HBO’s en universiteiten gebeurt, inclusief contactpersonen. We hebben ook een gestandaardiseerd hb-beleidsplan op de website staan waar mensen die binnen hun instelling iets willen opzetten gebruik van kunnen maken richting hun bestuur. En we sturen nieuwsbrieven, niet alleen naar het netwerk van mensen die er echt mee werken, maar naar iedereen die geïnteresseerd is. Want de boodschap is: je raakt hoogbegaafdheid niet kwijt als je volwassen wordt.

Als je nu kijkt naar de kennis die jullie hebben: waar halen jullie die vandaan?

Er is helaas nog heel weinig wetenschappelijk onderzoek naar deze doelgroep in het hoger onderwijs. Ik heb één Belgisch onderzoek kunnen vinden waarin überhaupt cijfers voorkomen. Daaruit blijkt dat zo’n 10 tot 20 procent van de studenten aan de universiteit hoogbegaafd is. Ter vergelijking: op de basisschool is dat 2 procent, in het voortgezet onderwijs 5 tot 10 procent. Zelfs als het maar 10 procent is, dan heb je het bij de Universiteit Leiden al over 3.300 hoogbegaafde studenten. Dat is geen groepje in de marge, dat is een substantieel deel van je studentenpopulatie.

Wat de kennisbronnen betreft: we maken gebruik van het onderzoek dat er is, waarbij je altijd een vertaalslag moet maken. Meerdere van ons in het bestuur hebben de ECHA-opleiding gedaan. En verder is het natuurlijk veel ervaring: ik werk zelf nu zo’n veertien jaar met deze doelgroep, en dan kun je uit heel veel voorbeelden putten.

Waarom zijn jullie Talent Point geworden?

Het is enorm belangrijk om met andere mensen in het werkveld in contact te zijn: om expertise te delen, om ervaringen te delen, om elkaar ook zetjes te geven. We hebben regelmatig contact met organisaties zoals het IHBV. Om zichtbaar te zijn en van elkaar te leren. Verbonden zijn als Talent Point geeft ook erkenning: dat wat we doen gezien wordt als iets goeds, en dat je dat samen met anderen doet.

Wat wil je over tien jaar hebben bereikt?

Dat dit een onderwerp niet alleen wordt gedragen door mensen met een persoonlijke passie, maar dat het een onderwerp is dat binnen een hogeschool of universiteit als vanzelfsprekend wordt gezien. Deze studenten kunnen zoveel bijdragen aan oplossingen voor grote problemen. Het is zo jammer als we ze laten gaan, laten onderpresteren of laten uitvallen. Dat is waarom we dit met zoveel passie doen.

En zoals ik al zei, waarschijnlijk gaat het om tienduizenden studenten in Nederland verder. Die wil je allemaal een kans geven.”