Hoogbegaafdheid in het onderwijs is een thema dat vaak (onbewuste) vooroordelen en misvattingen met zich meedraagt. Hoe kijken leerkrachten aan tegen hoogbegaafde leerlingen? Hoe beïnvloedt intelligentie de relatie tussen leraar en leerling? En hoe kunnen scholen leraren beter toerusten om deze doelgroep te herkennen en te begeleiden? Kim Smeets, onderzoeker en coördinator bij POINT, heeft in vier onderzoeken, die deel uitmaken van haar proefschrift, gekeken naar de kennis, houdingen en praktijk van leerkrachten ten aanzien van hoogbegaafdheid.
“Tijdens mijn stage voor mijn master hield ik interviews met (leerlingen van) scholen die deelnamen aan de subsidieregeling ‘doorstroomprogramma’s po-vo’. Daar kwam ik veel hoogbegaafde leerlingen tegen. Ik merkte dat ik zelf ook vooroordelen had: hebben deze leerlingen dat echt nodig? Maar na verdieping en gesprekken met betrokkenen, realiseerde ik me dat deze leerlingen juist extra aandacht verdienen.
Ik werk bijna zes jaar als onderzoeker en coördinator bij POINT, eerst in Eindhoven (POINT040) en nu in de Zaanstreek. Bij POINT werken we met een praktijkgerichte aanpak. Al onze onderzoeksthema’s komen voort uit vraagstukken waar scholen in de werkplaatsen tegenaan lopen. We zitten met groepen bij elkaar, inventariseren knelpunten rondom het onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen en nemen dat mee in onderzoeksvragen.”
Onderzoek 1 – Kennis en houding van leerkrachten
“Mijn eerste onderzoek richt zich op de kennis en houdingen van basisschoolleerkrachten ten aanzien van hoogbegaafdheid. Via vragenlijsten onderzocht ik wat leerkrachten weten en hoe ze aankijken tegen deze doelgroep. Mijn belangrijkste bevindingen zijn:
- Over het algemeen hebben leerkrachten redelijk veel kennis en zijn hun houdingen positief.
- Er zijn echter grote verschillen: sommige leerkrachten scoren bijna alle vragen goed, terwijl anderen veel onzekerheid of misvattingen tonen.
- Misvattingen doen zich met name voor over de sociale en emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen.
- Professionaliseringsbehoeften zijn groot, maar juist de leerkrachten die het meest behoefte hebben aan bijscholing, tonen het minste interesse.
- We zien dat leerkrachten vooral korte, praktische workshops willen, vooral op school. Maar uit onderzoek weten we dat langdurige, actieve leertrajecten het meest effectief zijn.”
Meer weten over dit onderzoek?
- Lees hier het onderzoek van Kim Smeets
- Bekijk het POINT-factsheet bij dit onderzoek
- Lees het praktijkartikel
Onderzoek 2 – Vooroordelen bij het inschatten van cognitieve vaardigheden
“In mijn tweede onderzoek heb ik de inschattingen van leerkrachten en ouders over de cognitieve vaardigheden van leerlingen/hun kinderen vergeleken met de daadwerkelijke cognitieve vaardigheden van leerlingen. Deze waren gemeten via een aantal tests. Mijn belangrijkste bevindingen zijn:
- Leerkrachten kunnen cognitieve vaardigheden tot op zeker hoogte goed inschatten.
Er zijn echter systematische, onbewuste vooroordelen: - Leerlingen met het label ‘hoogbegaafd’ worden hoger ingeschat dan leerlingen met vergelijkbare capaciteiten zonder label.
- Leerlingen met andere specifieke onderwijsbehoeften (bijv. dyslexie) worden juist lager ingeschat.
- Leerlingen met een hogere sociaal-economische achtergrond worden hoger ingeschat dan leerlingen met vergelijkbare capaciteiten met een lagere sociaal-economische achtergrond.
- Ouders vertonen dezelfde bias als leerkrachten, behalve bij sociaal-economische status: daar zien we de vooroordelen alleen bij leerkrachten.
- Dit sluit aan bij breder onderzoek naar kansgelijkheid in het onderwijs. Leraren handelen vaak onbewust, maar het is wel degelijk een probleem.”
Meer weten over dit onderzoek?
- Lees hier het onderzoek van Kim Smeets
- Bekijk het POINT-factsheet van dit onderzoek
- Lees het praktijkartikel
Onderzoek 3 – De relatie tussen leraar en leerling: speelt intelligentie een rol?
“Ook onderzocht ik of leerlingen met verschillende intelligentieniveaus hun relatie met de leraar anders ervaren. Om dat onderzoek te kunnen doen hebben we de leerlingen in drie groepen verdeeld: de 10% hoogst scorenden op een intelligentietest, de 10% laagst scorenden, en een gemiddelde groep. De belangrijkste bevindingen:
- Over het algemeen ervaren leerlingen een goede relatie met hun leraar, gekenmerkt door nabijheid en weinig conflict.
- Leerlingen met de hoogste intelligentie scores ervaren geen andere relatie dan gemiddelde leerlingen.
- Leerlingen met lage scores ervaren meer conflict, maar niet minder nabijheid.
- Intelligentie speelt geen grote rol in de leraar-leerlingrelatie: andere factoren (bijv. persoonlijkheid, gedrag) zijn mogelijk bepalender.
- Uit eerder onderzoek blijkt wel dat hoogbegaafde leerlingen soms andere wensen hebben aan een leraar, maar in de ervaren relatie zien we dat niet terug.”
Dit onderzoek is nog niet gepubliceerd
Onderzoek 4 – enIQma: een professionaliseringsspel voor leerkrachten
“Om leerkrachten beter toe te rusten, hebben we bij POINT enIQma ontwikkeld, een professionaliseringsspel gericht op het vergroten van kennis en het doorbreken van vooroordelen over hoogbegaafdheid. Het spel is opgebouwd uit drie onderdelen:
- Feit of fabel: Kaartjes met stellingen over hoogbegaafdheid. Leerkrachten discussiëren of een stelling waar is en waarom, waarna het antwoord wordt onthuld.
- Casus en onderzoek: Een spelbord gebaseerd op handelingsgericht werken. Leerkrachten analyseren casussen, herkennen kenmerken van hoogbegaafdheid en bespreken onderzoeksmethoden en de resultaten van deze onderzoeken.
- Methodiek: Leerkrachten doorlopen het onderdeel ‘casus en onderzoek’ met een echte casus en maken een handelingsplan.
Het spel hebben we getest bij pabostudenten. Die hebben we in twee groepen verdeeld: de een kreeg een hoorcollege over hoogbegaafdheid, de andere groep speelde het spel. Vooraf aan de onderwijsactiviteit en na afloop hebben we kennis en houding van de studenten onderzocht. Beide groepen toonden een kennistoename, alleen het hoorcollege leidde tot een positieve houdingsverandering; bij eniqma bleef de houding onveranderd.
We zien dat het spel werkt, maar dat de manier van inzet belangrijk is. Er moet iemand bij zijn die de discussie begeleidt en zorgt voor diepgang.
Meer weten over dit onderzoek?
Meer weten?
De onderzoeken van Kim Smeets (en haar collega’s) zijn terug te vinden in praktijkartikelen en factsheets op de website van POINT.