Hoogbegaafde kinderen kunnen alles, toch? Kim Lijbers, onderzoeker bij POINT, weet wel beter. Haar onderzoek naar hoogbegaafde leerlingen met leesproblemen toont aan dat talent en leesvaardigheid niet altijd hand in hand gaan. En dat dat oké is.
“Na de academische pabo in Utrecht, gecombineerd met een bachelor onderwijskunde, heb ik de master onderwijswetenschappen gevolgd. Daarna kwam ik terecht op een school voor hoogbegaafde kinderen in mijn eigen regio. Ik was eerst onzeker: zou deze doelgroep bij me passen? Maar na een dag meelopen was ik verkocht. De dynamiek, de diepgang, de manier waarop deze kinderen dachten, het sprak me enorm aan. Ik verdiepte me in het onderwerp en ontdekte al snel dat er nog zoveel te leren viel.
Bijvoorbeeld dat de vooroordelen over deze groep groot waren. Hoogbegaafde kinderen kunnen alles, toch? Dat klopte niet. Wat ik wel zag, waren kinderen met unieke behoeften, die niet altijd werden begrepen.
Mijn oorspronkelijke plan was om leerkracht te blijven. Tot POINT op mijn pad kwam. Drie jaar lang coördineerde ik een werkplaats in Den Bosch, waar wetenschappelijk onderzoek en onderwijspraktijk samenkomen. En toen was de stap naar promotieonderzoek snel gezet.
Discrepante lezers: een vergeten groep
Mijn onderzoek komt voort uit mijn scriptie, het richt zich op een bijzondere groep: hoogbegaafde kinderen die moeite hebben met lezen, maar niet voldoen aan de criteria voor dyslexie. We noemen ze discrepante lezers: kinderen met een hoog IQ, maar een leesvaardigheid die daar niet bij past. Deze groep valt vaak tussen wal en schip: ze krijgen geen diagnose, en dus ook geen passende begeleiding, terwijl ze wel frustratie kunnen ervaren.
Tijdens mijn scriptie ben ik begeleid door Arjan van Tilborg (docent aan de pabo, Hogeschool Leiden). Anouke Bakx (lector Goed leraarschap, Goed leiderschap, Fontys Hogeschool) en Sietske van Viersen (onderzoeker Pedagogiek in Diverse Samenlevingen, Universiteit Utrecht) zijn daar bijgekomen toen ik mijn scriptie om ging zetten naar een wetenschappelijke paper. Sietske was voor mij een groot voorbeeld, zij is gepromoveerd op het onderwerp dyslexie en hoogbegaafdheid.
Uit ons onderzoek bleek iets verrassends. We keken naar zwaktes op gebieden die vaak geassocieerd worden met dyslexie, zoals fonemisch bewustzijn (het herkennen van klanken in woorden), benoemsnelheid en verbale kortetermijngeheugen. Maar deze kinderen lieten geen extra zwaktes zien ten opzichte van hoogbegaafde kinderen zonder leesproblemen. Ook toonden ze geen bijzondere sterktes op deze gebieden. Hun prestaties waren simpelweg gemiddeld. Toch kunnen ze het lezen als een probleem ervaren. En dat heeft alles te maken met verwachtingen.
Van hoogbegaafde kinderen wordt vaak aangenomen dat ze overal goed in zijn. Ouders, leerkrachten en de kinderen zelf verwachten dat ze uitblinken, ook in lezen. Als dat niet het geval is, ontstaat frustratie. Maar het is zeker niet vanzelfsprekend dat hoogbegaafde kinderen goed kunnen lezen. De correlatie tussen intelligentie en leesvaardigheid is hoogstens gemiddeld, niet hoog. Sommige kinderen hebben gewoon tijd nodig. Andere ontdekken pas later de motivatie om te lezen. En dat is oké.
Een andere aanpak: focus op talent
In het onderwijs zien we vaak dat we ons richten op het wegwerken van zwaktes: ‘Dit kan een kind niet, dus daar moeten we extra mee oefenen’. Dat is op zich niet verkeerd, maar we vergeten soms om te kijken naar waar een kind wel goed in is. Voor hoogbegaafde kinderen (eigenlijk voor alle kinderen) is het essentieel om oog te houden voor hun talenten. Want als je alleen hoort wat je niet kunt, daalt je competentiegevoel. En dat raakt niet alleen de motivatie, maar ook het welbevinden.
Voor discrepante lezers betekent dit een andere benadering. In plaats van te focussen op het verbeteren van leesvaardigheid (wat vaak niet helpt, omdat er geen onderliggende zwakte is), kun je beter kijken naar hun ambities. Wat willen ze bereiken? Wat drijft ze? Hoe kan lezen daarin een rol spelen, of juist minder centraal staan? Door lezen te koppelen aan hun interesses en sterke punten, wordt het ineens een aangenamere taak. Psycho-educatie is hier ook belangrijk: uitleggen dat je niet overal goed in hoeft te zijn, zelfs als je hoogbegaafd bent.
Mijn boodschap is simpel: kijk verder dan de zwaktes. Kijk naar het kind, niet het label. En onthoud: een kind dat niet goed kan lezen, is niet per definitie een kind met een probleem. Soms heeft het gewoon tijd, motivatie of een andere benadering nodig.”