Klankbordgroep: NTCN als verbindend netwerk. Samen staan we sterker.

Wat willen deelnemers van de NTCN-klankbordgroep halen uit en brengen aan deze groep? Hoe kan NTCN de komende jaren een nog belangrijkere rol spelen in het veld van hoogbegaafdheid en talentontwikkeling? Welke rol kunnen de Talent Point spelen? Die vragen stonden centraal tijdens een bijeenkomst van de Klankbordgroep. De antwoorden waren opvallend eenduidig: NTCN wordt vooral gezien als een verbindend netwerk. Woorden als ontmoeting, netwerk, samenwerking, kennisdeling en inspiratie kwamen vaak terug.

Dat sluit duidelijk aan bij de onze missie: het verbinden, versterken en verspreiden van expertise over (hoog)begaafdheid en talentontwikkeling. Als onafhankelijk en gezaghebbend platform bundelt NTCN kennis, netwerken en initiatieven, en maakt deze toegankelijk voor onderwijsprofessionals, beleidsmakers, zorgverleners en ouders. Ons doel? Optimale kansen creëren voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde kinderen, jongeren en volwassenen in Nederland.

Wensen en behoeftes van de klankbordgroep

Uit de gesprekken met de klankbordgroep kwam een aantal duidelijke wensen en behoeften naar voren:

  • NTCN als ontmoetingsplek voor praktijk, wetenschap, beleid en onderwijs. Deelnemers benadrukten dat NTCN de plek moet zijn waar verschillende werelden elkaar vinden. Of het nu gaat om onderwijs (PO, VO, MBO, HBO, WO), wetenschap, beleid of praktijk: NTCN kan fungeren als bruggenbouwer.
  • In het verlengde daarvan: een sterkere verbinding tussen onderwijsniveaus. Er is behoefte aan meer verbinding tussen primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (MBO), hoger beroepsonderwijs (HBO) en wetenschappelijk onderwijs (WO). NTCN kan hierin een coördinerende rol vervullen, bijvoorbeeld door het organiseren van cross-sectorale bijeenkomsten of het delen van best practices tussen de verschillende niveaus.
  • Talent Points als cruciale schakels binnen het netwerk. Zij kunnen helpen om initiatieven lokaal te verankeren en de verbinding met het landelijke netwerk te versterken.
  • Meer zichtbaarheid en gezag. Deelnemers willen dat NTCN, de Talent Points en het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid sterker gepositioneerd wordt, zowel binnen Nederland als internationaal.
  • Intensievere contacten richting OCW en de politiek om hoogbegaafdheid structureel op de agenda te zetten, maar ook om beleidsmakers en politici op een goede manier te informeren.
  • Actieve betrokkenheid van deelnemers. De klankbordgroep wil actief bijdragen met expertise, onderzoek, praktijkervaringen en netwerkcontacten. NTCN kan hierin faciliteren door het organiseren van interactieve bijeenkomsten waar deelnemers zelf initiatieven kunnen presenteren en het creëren van een platform voor kennisuitwisseling, bijvoorbeeld via een digitale community of nieuwsbrief.

Hoe gaat NTCN invulling geven aan deze wensen?

Het jaarplan 2025-2026 van NTCN bouwt voort op deze inzichten. De ambities voor 2026 zijn hierop afgestemd:

  • NTCN is onderscheidend in het veld van hoogbegaafdheid. We streven naar een stabiele, gezaghebbende positie als verbinder in het veld. Dit betekent: samenwerken met **wetenschappelijke instituten en bedrijven** die hun waarde hebben bewezen, ondersteunen van projecten die gebaseerd zijn op deugdelijk onderzoek en bewezen effectiviteit en een platform bieden voor alle betrokkenen die behoefte hebben aan verbinding.
  • Uitbouw en verduurzaming van het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid (KCHB). In 2026 wordt gewerkt aan: 1. inspiratie, verbinding en facilitering voor professionals en organisaties en 2. duurzame inbedding van het kenniscentrum, zodat het een structurele rol kan vervullen.
  • Inspireren, verbinden en faciliteren voor alle leeftijdsgroepen. NTCN richt zich in 2026 specifiek op: professionals betrokken bij de doelgroep 0-18 jaar (bijv. leerkrachten, begeleiders, ouders) en professionals betrokken bij de doelgroep 18+ (bijv. loopbaanbegeleiders, HR-professionals, werkgevers).
  • Internationale verbinding: NTCN als deel van een Europees netwerk. NTCN opereert niet alleen nationaal, maar ook internationaal als coördinator van nationale Talent Points binnen het European Talent Support Network (ETSN). Hierdoor vinden Europese inzichten en kennis hun weg naar Nederland, en omgekeerd. Deze internationale verbinding wordt door deelnemers aan de Klankbordgroep als essentieel gezien voor de verdere ontwikkeling van het veld.

Wat betekent dit voor de toekomst?

De opbrengsten van de klankbordgroep en het jaarplan laten zien dat NTCN de komende jaren een centrale, verbindende rol wil vervullen. Dit betekent:

  • Een platform zijn waar praktijk, wetenschap, beleid en onderwijs elkaar ontmoeten.
  • Kennis delen en toegankelijk maken voor alle betrokkenen.
  • Lobbyen voor structurele aandacht voor hoogbegaafdheid bij beleidsmakers en politici.
  • Samenwerken met internationale netwerken zoals ETSN en ECHA.
  • Actief betrekken van deelnemers bij de ontwikkeling van het netwerk.

Werk je met ons samen aan deze ambities?

NTCN nodigt alle betrokkenen uit om actief bij te dragen aan dit netwerk. Of je nu kennis of ervaringen wilt delen, samenwerkingsmogelijkheden ziet, of initiatieven wilt opzetten, neem dan contact met ons op.

Onderzoek naar hoogbegaafdheid in het onderwijs: een gesprek met Kim Smeets

Hoogbegaafdheid in het onderwijs is een thema dat vaak (onbewuste) vooroordelen en misvattingen met zich meedraagt. Hoe kijken leerkrachten aan tegen hoogbegaafde leerlingen? Hoe beïnvloedt intelligentie de relatie tussen leraar en leerling? En hoe kunnen scholen leraren beter toerusten om deze doelgroep te herkennen en te begeleiden? Kim Smeets, onderzoeker en coördinator bij POINT, heeft in vier onderzoeken, die deel uitmaken van haar proefschrift, gekeken naar de kennis, houdingen en praktijk van leerkrachten ten aanzien van hoogbegaafdheid.

“Tijdens mijn stage voor mijn master hield ik interviews met (leerlingen van) scholen die deelnamen aan de subsidieregeling ‘doorstroomprogramma’s po-vo’. Daar kwam ik veel hoogbegaafde leerlingen tegen. Ik merkte dat ik zelf ook vooroordelen had: hebben deze leerlingen dat echt nodig? Maar na verdieping en gesprekken met betrokkenen, realiseerde ik me dat deze leerlingen juist extra aandacht verdienen.

Ik werk bijna zes jaar als onderzoeker en coördinator bij POINT, eerst in Eindhoven (POINT040) en nu in de Zaanstreek. Bij POINT werken we met een praktijkgerichte aanpak. Al onze onderzoeksthema’s komen voort uit vraagstukken waar scholen in de werkplaatsen tegenaan lopen. We zitten met groepen bij elkaar, inventariseren knelpunten rondom het onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen en nemen dat mee in onderzoeksvragen.”

Onderzoek 1 – Kennis en houding van leerkrachten

“Mijn eerste onderzoek richt zich op de kennis en houdingen van basisschoolleerkrachten ten aanzien van hoogbegaafdheid. Via vragenlijsten onderzocht ik wat leerkrachten weten en hoe ze aankijken tegen deze doelgroep. Mijn belangrijkste bevindingen zijn:

  • Over het algemeen hebben leerkrachten redelijk veel kennis en zijn hun houdingen positief.
  • Er zijn echter grote verschillen: sommige leerkrachten scoren bijna alle vragen goed, terwijl anderen veel onzekerheid of misvattingen tonen.
  • Misvattingen doen zich met name voor over de sociale en emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen.
  • Professionaliseringsbehoeften zijn groot, maar juist de leerkrachten die het meest behoefte hebben aan bijscholing, tonen het minste interesse.
  • We zien dat leerkrachten vooral korte, praktische workshops willen, vooral op school. Maar uit onderzoek weten we dat langdurige, actieve leertrajecten het meest effectief zijn.”

Meer weten over dit onderzoek?

Onderzoek 2 – Vooroordelen bij het inschatten van cognitieve vaardigheden

“In mijn tweede onderzoek heb ik de inschattingen van leerkrachten en ouders over de cognitieve vaardigheden van leerlingen/hun kinderen vergeleken met de daadwerkelijke cognitieve vaardigheden van leerlingen. Deze waren gemeten via een aantal tests. Mijn belangrijkste bevindingen zijn:

  • Leerkrachten kunnen cognitieve vaardigheden tot op zeker hoogte goed inschatten.
    Er zijn echter systematische, onbewuste vooroordelen:
  • Leerlingen met het label ‘hoogbegaafd’ worden hoger ingeschat dan leerlingen met vergelijkbare capaciteiten zonder label.
  • Leerlingen met andere specifieke onderwijsbehoeften (bijv. dyslexie) worden juist lager ingeschat.
  • Leerlingen met een hogere sociaal-economische achtergrond worden hoger ingeschat dan leerlingen met vergelijkbare capaciteiten met een lagere sociaal-economische achtergrond.
  • Ouders vertonen dezelfde bias als leerkrachten, behalve bij sociaal-economische status: daar zien we de vooroordelen alleen bij leerkrachten.
  • Dit sluit aan bij breder onderzoek naar kansgelijkheid in het onderwijs. Leraren handelen vaak onbewust, maar het is wel degelijk een probleem.”

Meer weten over dit onderzoek?

Onderzoek 3 – De relatie tussen leraar en leerling: speelt intelligentie een rol?

“Ook onderzocht ik of leerlingen met verschillende intelligentieniveaus hun relatie met de leraar anders ervaren. Om dat onderzoek te kunnen doen hebben we de leerlingen in drie groepen verdeeld: de 10% hoogst scorenden op een intelligentietest, de 10% laagst scorenden, en een gemiddelde groep. De belangrijkste bevindingen:

  • Over het algemeen ervaren leerlingen een goede relatie met hun leraar, gekenmerkt door nabijheid en weinig conflict.
  • Leerlingen met de hoogste intelligentie scores ervaren geen andere relatie dan gemiddelde leerlingen.
  • Leerlingen met lage scores ervaren meer conflict, maar niet minder nabijheid.
  • Intelligentie speelt geen grote rol in de leraar-leerlingrelatie: andere factoren (bijv. persoonlijkheid, gedrag) zijn mogelijk bepalender.
  • Uit eerder onderzoek blijkt wel dat hoogbegaafde leerlingen soms andere wensen hebben aan een leraar, maar in de ervaren relatie zien we dat niet terug.”

Dit onderzoek is nog niet gepubliceerd

 

Onderzoek 4 – enIQma: een professionaliseringsspel voor leerkrachten

“Om leerkrachten beter toe te rusten, hebben we bij POINT enIQma ontwikkeld, een professionaliseringsspel gericht op het vergroten van kennis en het doorbreken van vooroordelen over hoogbegaafdheid. Het spel is opgebouwd uit drie onderdelen:

  • Feit of fabel: Kaartjes met stellingen over hoogbegaafdheid. Leerkrachten discussiëren of een stelling waar is en waarom, waarna het antwoord wordt onthuld.
  • Casus en onderzoek: Een spelbord gebaseerd op handelingsgericht werken. Leerkrachten analyseren casussen, herkennen kenmerken van hoogbegaafdheid en bespreken onderzoeksmethoden en de resultaten van deze onderzoeken.
  • Methodiek: Leerkrachten doorlopen het onderdeel ‘casus en onderzoek’ met een echte casus en maken een handelingsplan.

Het spel hebben we getest bij pabostudenten. Die hebben we in twee groepen verdeeld: de een kreeg een hoorcollege over hoogbegaafdheid, de andere groep speelde het spel. Vooraf aan de onderwijsactiviteit en na afloop hebben we kennis en houding van de studenten onderzocht. Beide groepen toonden een kennistoename, alleen het hoorcollege leidde tot een positieve houdingsverandering; bij eniqma bleef de houding onveranderd.

We zien dat het spel werkt, maar dat de manier van inzet belangrijk is. Er moet iemand bij zijn die de discussie begeleidt en zorgt voor diepgang.

Meer weten over dit onderzoek?

Meer weten?

De onderzoeken van Kim Smeets (en haar collega’s) zijn terug te vinden in praktijkartikelen en factsheets op de website van POINT.

Gezocht: basisscholen voor project Juf Aimée, AI-onderwijsassistent voor hb-kinderen

Wie zijn de initiatiefnemers?

De onderzoeksgroep Digital Life van de Hogeschool van Amsterdam.

Waarom dit project?

In Nederland zitten naar schatting minstens 70.000 kinderen thuis zonder passend onderwijs. Een opvallend groot deel van die thuiszitters – tussen de 25% en 40% – is hoogbegaafd. En dat terwijl maar ca. 2,5% van alle kinderen in die categorie valt. Hoogbegaafde kinderen redden het vaak niet in het reguliere onderwijs. Niet omdat ze niet slim genoeg zijn, maar juist omdat hun leerbehoeften zo anders zijn. Ze vervelen zich, worden niet uitgedaagd en raken daardoor gedemotiveerd. Hun brein werkt anders. Dat kan leiden tot onderpresteren, sociale problemen, en uiteindelijk soms zelfs schooluitval. Zonde – niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de samenleving, want deze kinderen hebben veel potentieel in zich.

Het probleem in de klas

Leraren zien dit probleem ook. Ze willen wel differentieren voor hoogbegaafde leerlingen, maar lopen tegen grenzen aan. De klassen zijn (te) groot, het lerarentekort drukt zwaar op scholen, en de aandacht gaat vaak noodgedwongen naar kinderen die achterlopen. De hoogbegaafde kinderen krijgen dan vaak niet de hulp die zij nodig hebben.

Strategieën zoals versnellen en verrijken helpen, maar lossen het probleem niet altijd/volledig op. Veel van deze programma’s sluiten niet aan bij de manier van denken en leren die deze kinderen nodig hebben – ze prikkelen hun hogere orde denkvaardigheden onvoldoende.

Een kans: AI als extra steun

Dit project onderzoekt hoe kunstmatige intelligentie (AI) kan helpen om deze uitdaging aan te pakken. Geen robot die de leraar vervangt, maar slimme technologie die helpt om opdrachten en begeleiding beter af te stemmen op de leerstijl, het tempo en de interesses van hoogbegaafde kinderen. Denk aan een AI-onderwijsassistent die opdrachten kan bedenken waarmee de hogere orde denkvaardigheden worden aangesproken, wat zo belangrijk is voor hoogbegaafde leerlingen.

Dit AI-systeem kan gepersonaliseerde opdrachten maken, aansluitend op wat het kind écht nodig heeft. En zelfs onderwerpen aandragen waar de leraar misschien minder in thuis is – en dat vervolgens ook uitlegt aan de leraar waarom het bepaalde keuzes maakt. Zo blijft de leraar altijd in de lead, maar krijgt die wél de broodnodige ‘extra handen in de klas’.

Wat gaan we doen?

Het project bestaat uit vier onderdelen:

  1. Samen met leraren en leerlingen onderzoeken we welke functies het AI- systeem moet hebben (denk aan vorm, gebruiksvriendelijkheid en inhoud).
  2. We ontwerpen een AI-systeem dat uitlegt welke keuzes het maakt en verantwoord werkt (‘explainable’ en ‘responsible’ AI).
  3. We bouwen een prototype, gebaseerd op de input van het veld.
  4. We testen het prototype op scholen, en kijken hoe effectief en bruikbaar het is in de praktijk.

Doe je mee?

Er zijn een paar plekken voor scholen die als partner mee willen doen met dit project, met name voor scholen in Nijmegen omgeving.

Wij zijn momenteel bezig met het aanvragen van subsidie voor dit onderzoek. In juni 2026 gaan we het indienen bij SIA RAAK Publiek. SIA is het landelijke regieorgaan voor praktijkgericht onderzoek.

Wil je meer weten over het onderzoek en deelname?

Mail dan naar:
Stephanie Kramer/Michel Oey, docent/onderzoekers Hogeschool van Amsterdam
Lectoraat Digital Life www.digitallife.nu
s.kramer2@hva.nl / m.a.oey@hva.nl

Wat zijn Talent Points en European Talent Centres? Een kort overzicht in zes vragen

Talentontwikkeling is essentieel voor de toekomst van Europa. Maar hoe zorg je ervoor dat hoogbegaafde kinderen, jongeren en volwassenen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben? Het European Talent Support Network (ETSN) speelt hierin een sleutelrol. Maar wat doet ETSN precies? Wat is het verschil tussen Talent Centres en Talent Points? En hoe kan jouw organisatie betrokken raken? In dit artikel zetten we de belangrijkste vragen en antwoorden over ETSN op een rij.

Wat is het European Talent Support Network (ETSN)?

ETSN is een internationaal netwerk dat zich richt op talentontwikkeling bij kinderen, jongeren en volwassenen. Het netwerk bestaat uit European Talent Centres (meestal één per land) en lokale Talent Points.

Het netwerk telt momenteel 25 Talent Centres en bijna 400 Talent Points. ETSN streeft naar internationale kennisdeling, het organiseren van Europese Youth Summits en conferenties, en het stimuleren van samenwerking tussen Talent Points.

ETSN is ontstaan vanuit de European Council for High Ability (ECHA). Het netwerk groeide uit de behoefte om talentondersteuning internationaal beter te verbinden, expertise te delen en gezamenlijk projecten te ontwikkelen. Inmiddels is ETSN officieel een zelfstandige organisatie, die nauw verbonden is met ECHA.

Wat is het verschil tussen European Talent Centres en Talent Points?

European Talent Centres fungeren als centrale knooppunten binnen ETSN, meestal één per land. Zij coördineren en ondersteunen de lokale Talent Points, die op hun beurt actief zijn in talentontwikkeling op lokaal niveau. Talent Centres zijn verantwoordelijk voor het activeren en verbinden van Talent Points, het delen van kennis en het organiseren van activiteiten.

Talent Points zijn lokale organisaties die zich richten op de dagelijkse ondersteuning van talentvolle individuen. Samen vormen zij een netwerk dat zowel bottom-up als top-down werkt, met als doel om talentondersteuning zichtbaar en effectief te maken in heel Europa.

Wat zijn de belangrijkste doelen van ETSN?

ETSN heeft acht hoofddoelen geformuleerd:

  • Het vergroten van het herkennen van hoogbegaafde jongeren in Europa.
  • Het bieden van verschillende soorten ondersteuning (educatief, financieel, moreel) aan hoogbegaafde jongeren.
  • Het stimuleren van onderzoek op het gebied van hoogbegaafdheid en het toepassen van onderzoeksresultaten in de praktijk.
  • Het uitbreiden van het kader van best practices onder netwerkleden, zowel in Europa als internationaal.
  • Het aantonen dat er een ‘kritische massa’ is bereikt op Europees niveau, zodat ETSN een rol kan spelen in EU- en nationale beleidsdiscussies.
  • Het vergroten van het lidmaatschap van ECHA door meer mensen bekend te maken met de activiteiten van ECHA.
  • Het creëren van een gemeenschap die zich richt op de verschillende behoeften van hoogbegaafden, niet alleen academisch.
  • Het ontwikkelen van een cultuur die respect en diversiteit binnen de gemeenschap bevordert.

Wat is de rol van NTCN binnen ETSN?

Het National Talent Centre of the Netherlands (NTCN) is het European Talent Centre voor Nederland. NTCN verbindt Nederlandse organisaties met elkaar en vormt de link naar het internationale ETSN-netwerk. NTCN faciliteert kennisdeling, ondersteunt Nederlandse deelnemers bij Europese conferenties en Youth Summits, en stimuleert samenwerking tussen Nederlandse Talent Points. Daarnaast speelt NTCN een belangrijke rol in het toegankelijk maken van internationale best practices voor Nederlandse professionals en organisaties.

Hoe kun je betrokken raken bij ETSN?

Organisaties die zich richten op talentontwikkeling kunnen zich aanmelden als Talent Point. Dit biedt de mogelijkheid om deel te nemen aan het netwerk, kennis uit te wisselen en samen te werken met andere organisaties in Europa. Daarnaast kunnen professionals en jongeren deelnemen aan conferenties en Youth Summits, die regelmatig worden georganiseerd door ETSN en ECHA.

Voor meer informatie kan men terecht op de website van ETSN.

Waar kan ik alle Talent Centres en Points vinden?

Op onderstaande kaart staan alle organisaties die betrokken zijn bij ETSN.

Hb-studenten gezocht voor minor Autonomie in Actie

Ben jij:

  • Nieuwsgierig?
  • Zoek je extra uitdaging?
  • Wil je graag leren hoe je jouw talenten inzet in je studie en je werk?
  • Begrijp je nieuwe ideeën snel?
  • Ben je goed in het oplossen van problemen?
  • Heb je vele interesses?
  • Heb je hoge verwachtingen van jezelf?
  • Wil je graag van betekenis zijn en een actieve bijdrage leveren voor een bedrijf of aan een onderzoek in een lectoraat?

Dan is de minor Autonomie in Actie iets voor jou.

Over de minor

In de minor Autonomie in Actie krijg je de kans om zelf richting te geven aan wat en hoe je leert, je leert werken aan complexe en uitdagende projecten, sparren met ontwikkelingsgelijken over je project én meer zelfinzicht te krijgen en ontdekken wat echt bij jou past. Thema’s als ‘talentontwikkeling’, ‘hoe daag je jezelf uit’ komen voorbij maar ook hoe je denkt, waar je behoefte aan hebt, keuzes maken en hoe je je doelen bereikt.

Je kiest zelf de inhoud van de minor, of dit nu gaat over ai, de zorg, duurzaamheid, processen, financiën, kunst, commercie, veiligheid of je eigen onderneming. Je hebt invloed op de inrichting van de minor en de toetsing. We werken met professionals uit het werkveld die o.a. masterclasses verzorgen.

Avans Hogeschool ontwikkelt deze nieuwe minor samen met studenten. Het doel: jouw motivatie vergroten door ruimte te geven aan jouw autonomie, competentieontwikkeling en verbondenheid met docenten en peers. Maar ook gehoor geven aan b.v. perfectionisme, uitstelgedrag, hoe stap je uit je comfortzone of dat je op je groepsgenoten vooruitloopt, en hoe je hen mee kan nemen in je plannen.

Onderzoek

De minor maakt onderdeel uit van het promotieonderzoek van Wendy van Hoek-Graat.  Meer informatie over het onderzoek of deelname: neem contact op wmj.vanhoek@avans.nl. Het onderzoek is deel van een promotieonderzoek vanuit de Erasmus Universiteit.

Meer informatie en aanmelden

De eerste lesperiode is van 1 september 2026 tot en met 29 januari 2027, de minor is een semester van 30 ECTS op bachelor niveau bij Avans Hogeschool. Let op! Aanmelding sluit uiterlijk 12 juni 2026 om 18:00 uur.

De tweede lesperiode is van 1 februari 2027 t/m 30 juni 2027, de minor is een semester van 30 ECTS op bachelor niveau bij Avans Hogeschool. Let op! Aanmelding sluit uiterlijk 17 september 2026 om 18:00 uur.

Drie POINT-wetenschappers over hun praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek

Hoe kunnen leerkrachten beter inspelen op de behoeften van hoogbegaafde leerlingen? Wat werkt echt bij het stimuleren van leesmotivatie? En hoe zorgen we ervoor dat elke leerling het beste uit zichzelf haalt? Bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT werken drie onderzoekers aan antwoorden op deze vragen. Roeline Bijl, Kim Vogels – Lijbers en Kim Smeets delen hun inzichten en onderzoeken.

Roeline Bijl: professionalisering van leerkrachten op het gebied van hoge verwachtingen en differentieel gedrag

Ik ben Roeline Bijl en ik werk als onderzoeker bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Daarnaast werk ik als orthopedagoog bij CBO Talent Development in Nijmegen. Vanuit POINT mag ik promotieonderzoek doen naar de professionalisering van leerkrachten op het gebied van hoge verwachtingen en het differentiële gedrag dat daaruit voortkomt. Dit doe ik onder begeleiding van mijn promotor prof. dr. Anouke Bakx en mijn copromotoren dr. Linda van den Bergh en dr. Jessie Hillekens.

Mijn eerste studie is intussen afgerond, dat is een reviewstudie om inzicht te krijgen in welke professionalisering al is gedaan en wat daarin werkt. Op basis daarvan hebben we een professionaliseringstraject opgezet, wat we onderzoeken op effectiviteit voor leerkrachten en leerlingen.

Kim Vogels – Lijbers: hoogbegaafdheid en lezen

Ik ben Kim Vogels-Lijbers en werk als onderzoeker en coördinator bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Ook werk ik een dag in de week als leerkracht op een basisschool. Vanuit POINT mag ik promotieonderzoek doen naar hoogbegaafdheid en lezen. Dit doe ik onder begeleiding van mijn promotor prof. dr. Anouke Bakx en mijn copromotor dr. Sietske van Viersen.

Mijn eerste studie is intussen afgerond en richt zich op het cognitieve profiel van hoogbegaafde discrepante lezers in het basisonderwijs. Mijn tweede studie richt zich op de percepties van ouders en leerkrachten op de cognitieve capaciteiten van kinderen met dyslexie. Deze studie ligt nu ter beoordeling bij een wetenschappelijk journal. Momenteel werk ik aan studies die zich richten op welke factoren leesmotivatie van basisschool kinderen bevorderen en of deze factoren verschillen voor kinderen met dyslexie of kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid.

Kim Smeets: expertise en professionalisering van po-leerkrachten aan hb-leerlingen

Ik ben Kim Smeets en werk als onderzoeker en coördinator bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Vanuit POINT doe ik promotieonderzoek naar de expertise en professionalisering van leerkrachten in het onderwijs aan hoogbegaafde basisschoolleerlingen. Prof. dr. Anouke Bakx is mijn promotor en dr. Ellen Rohaan en dr. Sanne van der Ven zijn mijn copromotoren.

Ik heb inmiddels mijn proefschrift afgerond en verdedig deze in juni. De studies uit mijn proefschrift richten zich op: de oordelen die leerkrachten hebben over de cognitieve vaardigheden van zowel hoogbegaafde als andere leerlingen; de samenhang tussen intelligentie, de leerkracht-leerling relatie en de oordelen van leerkrachten over de intelligentie van leerlingen; de kennis en houding van basisschoolleerkrachten ten aanzien van hoogbegaafde leerlingen; en het ontwerp en de effectiviteit van een professionaliseringsspel gericht op hoogbegaafdheid.

 

Onderzoek Project Talent: Oorzaken en oplossingen onderpresteren bij hoogbegaafde jongens

Niet alle cognitief sterk functionerende leerlingen halen op school de resultaten die bij hun potentieel passen. Met name jongens lopen soms vast: ze verliezen motivatie, gaan onderpresteren en vermijden schoolwerk. Project Talent deed onderzoek dat aantoont dat er diepere oorzaken zijn, zoals een laag zelfbeeld of het gevoel dat school geen betekenis heeft.

Twee paden naar onderpresteren

De onderzoekers baseerden zich op het Pathways to Underachievement Model (PUM) van Snyder en Linnenbrink-Garcia (2013). Dit model onderscheidt twee routes:

  • Maladaptive Competence Beliefs Pathway – Jongeren geloven dat intelligentie vastligt en dat fouten maken bewijst dat ze “niet slim genoeg” zijn. Ze vermijden moeilijke taken of stellen werk uit. Dit gedrag, ook wel zelfhandicapping genoemd, beschermt hun zelfbeeld op korte termijn, maar versterkt onderpresteren op lange termijn.
  • Declining Value Beliefs Pathway – Jongeren verliezen het gevoel dat school zinvol is. Ze ervaren vakken als saai of nutteloos, vooral als ze geen verband zien met hun interesses of toekomstplannen. Dit leidt tot afnemende motivatie en een grotere afstand tot school.

Onderzoeksmethode

Acht hoogbegaafde jongens (IQ ≥ 120) van 13 tot 16 jaar volgden een begeleidingsprogramma van vijf wekelijkse sessies. Vier jongeren richtten zich op het ontwikkelen van een groeimindset en het omgaan met fouten, terwijl de andere vier werkten aan het (her)ontdekken van persoonlijke waarden en interesses en het verbinden daarvan met schooltaken.

Resultaten

De begeleiding had positieve effecten:

  • Minder faalangst en uitstelgedrag bij jongeren die werkten aan een groeimindset.
  • Meer motivatie en betrokkenheid bij jongeren die schooltaken opnieuw betekenis gaven.
  • Positieve veranderingen opgemerkt door ouders en leerkrachten, zoals actievere deelname en consequenter huiswerkgedrag.

Niet elke jongere reageerde even sterk, wat benadrukt dat maatwerk essentieel is.

Identiteitsontwikkeling als sleutel

Onderpresteren hangt niet alleen samen met motivatie, maar ook met identiteitsontwikkeling. School moet aansluiten bij de persoonlijke waarden en toekomstbeelden van jongeren. Interventies die hierop focussen, zoals reflectie-oefeningen en gesprekken over interesses, kunnen onderpresteren doorbreken

  • Onderpresteren is geen luiheid: Het kan voortkomen uit angst om te falen of verlies van betekenis. Begrip en dialoog zijn belangrijker dan straffen.
  • Persoonlijke aansluiting: Een gesprek over hobby’s of toekomstplannen kan meer motivatie opwekken dan een extra taak.
  • Stimuleer een groeimindset: Benadruk inspanning en vooruitgang in plaats van enkel eindresultaten.

Lees hier meer over het onderzoek…

Hoogbegaafdheid in alle levensfasen. Inauguratierede van Anouke Bakx

In haar inaugurale rede ‘Hoogbegaafdheid… to the POINT!’ pleitte Anouk Bakx voor meer aandacht voor hoogbegaafdheid in alle levensfasen, van jonge kinderen tot senioren, en voor het wegnemen van misconcepties en ongelijkheid. Ze sprak de rede uit op vrijdag 6 februari 2026 bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Hoogbegaafdheid, Transities en Maatschappelijke Impact aan Tilburg University. Deze nieuwe bijzondere leerstoel is mogelijk gemaakt door de Stichting Mensa Fonds.

In haar rede benadrukte Bakx dat hoogbegaafdheid niet alleen een kwestie is van een hoog IQ, maar een dynamisch en levenslang ontwikkelingsproces, dat beïnvloed wordt door de interactie tussen het individu en de omgeving. Dat noemen we person-environment-fit: de afstemming tussen de behoeften en mogelijkheden van hoogbegaafde individuen en de kansen, mogelijkheden, ondersteuning en eventuele beperkingen uit hun omgeving. Een goede match is essentieel voor optimale ontwikkeling en welbevinden.


Foto: Ineke Stofmeel (via Stichting Mensa Fonds)

Jonge kinderen: ontwikkelingsvoorsprong herkennen

Uit onderzoek binnen de POINT-onderzoekswerkplaatsen bleek dat professionals in de kinderopvang en groep 1-2 van de basisschool vaak nog te weinig kennis hebben om een ontwikkelingsvoorsprong tijdig te signaleren. Dit kan leiden tot een mismatch tussen het kind en de omgeving, met mogelijke sociale, emotionele of cognitieve gevolgen. Bakx benadrukte het belang van betere opleiding en bewustwording voor professionals in de kinderopvang.

Basisschool en voortgezet onderwijs: passend onderwijs en transitie

De overgang naar de basisschool en later naar het voortgezet onderwijs zijn cruciale momenten. Bakx wees op het belang van onder andere compacten, verrijken en versnellen in het onderwijs, evenals het samenbrengen van hoogbegaafde leerlingen met ontwikkelingsgelijken. Dit bevordert niet alleen hun cognitieve ontwikkeling, maar ook hun zelfbeeldontwikkeling. Toch worden bepaalde groepen, zoals kinderen met een migratieachtergrond of dubbel bijzondere leerlingen nog te vaak over het hoofd gezien.

Studie en werk: autonomie en zingeving

Voor hoogbegaafde studenten en jongvolwassenen is de transitie naar studie en werk een nieuwe uitdaging. Bakx benadrukte dat zelfinzicht, motivatie en een stimulerende leeromgeving cruciaal zijn. In het werkzame leven kunnen hoogbegaafde volwassenen frustratie ervaren als hun behoefte aan autonomie, diepgang en creativiteit niet wordt vervuld. Dit kan leiden tot onderbenutting van talent of zelfs bore-out. Bakx pleitte voor meer ruimte voor job crafting en autonomie-ondersteunend leiderschap, zodat hoogbegaafden hun potentieel kunnen benutten.

Hoogbegaafde senioren: generativiteit en levensvoldoening

Een relatief onbekend terrein is hoogbegaafdheid op latere leeftijd. Bakx wees op het belang van generativiteit: de behoefte om kennis en ervaring door te geven aan jongere generaties. Hoogbegaafde senioren blijven vaak lang cognitief actief en kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan innovatie en maatschappelijke vraagstukken. Toch is er nog weinig onderzoek naar hun specifieke behoeften en uitdagingen, zoals eenzaamheid of het vinden van gelijkgestemden.

Onderzoeksagenda: naar een inclusievere samenleving

Bakx sloot haar rede af met een oproep tot meer onderzoek en samenwerking tussen wetenschap, praktijk en beleid. Centraal staat de vraag: ‘Welke mechanismen en condities bevorderen een optimale wisselwerking tussen hoogbegaafde individuen en hun omgeving?’ Haar doel is om de POINT-methodiek, oorspronkelijk ontwikkeld voor het onderwijs, uit te breiden naar volwassenen en senioren. Zo hoopt ze bij te dragen aan een samenleving waarin hoogbegaafd potentieel in alle levensfasen wordt herkend, gestimuleerd en gewaardeerd.

Over de leerstoel en Anouke Bakx

De leerstoel, mogelijk gemaakt door (donateurs van) het Mensa Fonds, richt zich op het onderzoeken van de ontwikkeling van hoogbegaafde mensen – met speciale aandacht voor de impact van belangrijke overgangen in een levensloop, zoals van onderwijs naar werk of van werk naar pensionering. Ook draagt de leerstoel bij aan het ontwikkelen van interventies gericht op het bevorderen van de veerkracht en het welzijn van hoogbegaafde mensen. Er is nog relatief weinig bekend over de levensloop van hoogbegaafde mensen, oftewel mensen met een hoog ontwikkelingspotentieel. Door middel van deze bijzondere leerstoel hopen Tilburg University en het Mensa Fonds zowel de wetenschappelijke kennis over hoogbegaafde mensen, als meerwaarde van hoogbegaafde mensen voor de gehele maatschappij te vergroten.

Prof. dr. Anouke Bakx is door Tilburg University benoemd op de bijzondere leerstoel ‘Hoogbegaafdheid, Transities en Maatschappelijke Impact’ en is lector Goed leraarschap, Goed leiderschap aan Fontys Hogeschool en bestuurslid van het National Talent Centre of the Netherlands. Ze heeft de onderwijsonderzoekswerkplaatsen van POINT (Passend Onderwijs voor Ieder Nieuw Talent opgericht, waarin onderzoek, onderwijs, opleiding en ontwikkeling samenkomen. Het POINT-concept heeft meerdere prijzen gewonnen voor de verbinding van wetenschap en praktijk. Daarnaast is zij medeoprichter van het wetenschappelijk expertisecentrum RATiO. In 2019 werd haar werk erkend met een nominatie voor de Mensa Fonds Uitblinker Award.

Meer weten?

Bekijk of lees hier de oratie