POINT bestaat 10 jaar. Ter gelegenheid van het jubileum is een speciaal POINT-jubileumboek samengesteld, met een terugblik op tien jaar POINT.
Wat willen deelnemers van de NTCN-klankbordgroep halen uit en brengen aan deze groep? Hoe kan NTCN de komende jaren een nog belangrijkere rol spelen in het veld van hoogbegaafdheid en talentontwikkeling? Welke rol kunnen de Talent Point spelen? Die vragen stonden centraal tijdens een bijeenkomst van de Klankbordgroep. De antwoorden waren opvallend eenduidig: NTCN wordt vooral gezien als een verbindend netwerk. Woorden als ontmoeting, netwerk, samenwerking, kennisdeling en inspiratie kwamen vaak terug.
Dat sluit duidelijk aan bij de onze missie: het verbinden, versterken en verspreiden van expertise over (hoog)begaafdheid en talentontwikkeling. Als onafhankelijk en gezaghebbend platform bundelt NTCN kennis, netwerken en initiatieven, en maakt deze toegankelijk voor onderwijsprofessionals, beleidsmakers, zorgverleners en ouders. Ons doel? Optimale kansen creëren voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde kinderen, jongeren en volwassenen in Nederland.
Uit de gesprekken met de klankbordgroep kwam een aantal duidelijke wensen en behoeften naar voren:
Het jaarplan 2025-2026 van NTCN bouwt voort op deze inzichten. De ambities voor 2026 zijn hierop afgestemd:
De opbrengsten van de klankbordgroep en het jaarplan laten zien dat NTCN de komende jaren een centrale, verbindende rol wil vervullen. Dit betekent:
NTCN nodigt alle betrokkenen uit om actief bij te dragen aan dit netwerk. Of je nu kennis of ervaringen wilt delen, samenwerkingsmogelijkheden ziet, of initiatieven wilt opzetten, neem dan contact met ons op.
Hoogbegaafdheid in het onderwijs is een thema dat vaak (onbewuste) vooroordelen en misvattingen met zich meedraagt. Hoe kijken leerkrachten aan tegen hoogbegaafde leerlingen? Hoe beïnvloedt intelligentie de relatie tussen leraar en leerling? En hoe kunnen scholen leraren beter toerusten om deze doelgroep te herkennen en te begeleiden? Kim Smeets, onderzoeker en coördinator bij POINT, heeft in vier onderzoeken, die deel uitmaken van haar proefschrift, gekeken naar de kennis, houdingen en praktijk van leerkrachten ten aanzien van hoogbegaafdheid.
“Tijdens mijn stage voor mijn master hield ik interviews met (leerlingen van) scholen die deelnamen aan de subsidieregeling ‘doorstroomprogramma’s po-vo’. Daar kwam ik veel hoogbegaafde leerlingen tegen. Ik merkte dat ik zelf ook vooroordelen had: hebben deze leerlingen dat echt nodig? Maar na verdieping en gesprekken met betrokkenen, realiseerde ik me dat deze leerlingen juist extra aandacht verdienen.
Ik werk bijna zes jaar als onderzoeker en coördinator bij POINT, eerst in Eindhoven (POINT040) en nu in de Zaanstreek. Bij POINT werken we met een praktijkgerichte aanpak. Al onze onderzoeksthema’s komen voort uit vraagstukken waar scholen in de werkplaatsen tegenaan lopen. We zitten met groepen bij elkaar, inventariseren knelpunten rondom het onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen en nemen dat mee in onderzoeksvragen.”
“Mijn eerste onderzoek richt zich op de kennis en houdingen van basisschoolleerkrachten ten aanzien van hoogbegaafdheid. Via vragenlijsten onderzocht ik wat leerkrachten weten en hoe ze aankijken tegen deze doelgroep. Mijn belangrijkste bevindingen zijn:
Meer weten over dit onderzoek?
“In mijn tweede onderzoek heb ik de inschattingen van leerkrachten en ouders over de cognitieve vaardigheden van leerlingen/hun kinderen vergeleken met de daadwerkelijke cognitieve vaardigheden van leerlingen. Deze waren gemeten via een aantal tests. Mijn belangrijkste bevindingen zijn:
Meer weten over dit onderzoek?
“Ook onderzocht ik of leerlingen met verschillende intelligentieniveaus hun relatie met de leraar anders ervaren. Om dat onderzoek te kunnen doen hebben we de leerlingen in drie groepen verdeeld: de 10% hoogst scorenden op een intelligentietest, de 10% laagst scorenden, en een gemiddelde groep. De belangrijkste bevindingen:
Dit onderzoek is nog niet gepubliceerd
“Om leerkrachten beter toe te rusten, hebben we bij POINT enIQma ontwikkeld, een professionaliseringsspel gericht op het vergroten van kennis en het doorbreken van vooroordelen over hoogbegaafdheid. Het spel is opgebouwd uit drie onderdelen:
Het spel hebben we getest bij pabostudenten. Die hebben we in twee groepen verdeeld: de een kreeg een hoorcollege over hoogbegaafdheid, de andere groep speelde het spel. Vooraf aan de onderwijsactiviteit en na afloop hebben we kennis en houding van de studenten onderzocht. Beide groepen toonden een kennistoename, alleen het hoorcollege leidde tot een positieve houdingsverandering; bij eniqma bleef de houding onveranderd.
We zien dat het spel werkt, maar dat de manier van inzet belangrijk is. Er moet iemand bij zijn die de discussie begeleidt en zorgt voor diepgang.
Meer weten over dit onderzoek?
De onderzoeken van Kim Smeets (en haar collega’s) zijn terug te vinden in praktijkartikelen en factsheets op de website van POINT.
De onderzoeksgroep Digital Life van de Hogeschool van Amsterdam.
In Nederland zitten naar schatting minstens 70.000 kinderen thuis zonder passend onderwijs. Een opvallend groot deel van die thuiszitters – tussen de 25% en 40% – is hoogbegaafd. En dat terwijl maar ca. 2,5% van alle kinderen in die categorie valt. Hoogbegaafde kinderen redden het vaak niet in het reguliere onderwijs. Niet omdat ze niet slim genoeg zijn, maar juist omdat hun leerbehoeften zo anders zijn. Ze vervelen zich, worden niet uitgedaagd en raken daardoor gedemotiveerd. Hun brein werkt anders. Dat kan leiden tot onderpresteren, sociale problemen, en uiteindelijk soms zelfs schooluitval. Zonde – niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de samenleving, want deze kinderen hebben veel potentieel in zich.
Leraren zien dit probleem ook. Ze willen wel differentieren voor hoogbegaafde leerlingen, maar lopen tegen grenzen aan. De klassen zijn (te) groot, het lerarentekort drukt zwaar op scholen, en de aandacht gaat vaak noodgedwongen naar kinderen die achterlopen. De hoogbegaafde kinderen krijgen dan vaak niet de hulp die zij nodig hebben.
Strategieën zoals versnellen en verrijken helpen, maar lossen het probleem niet altijd/volledig op. Veel van deze programma’s sluiten niet aan bij de manier van denken en leren die deze kinderen nodig hebben – ze prikkelen hun hogere orde denkvaardigheden onvoldoende.
Dit project onderzoekt hoe kunstmatige intelligentie (AI) kan helpen om deze uitdaging aan te pakken. Geen robot die de leraar vervangt, maar slimme technologie die helpt om opdrachten en begeleiding beter af te stemmen op de leerstijl, het tempo en de interesses van hoogbegaafde kinderen. Denk aan een AI-onderwijsassistent die opdrachten kan bedenken waarmee de hogere orde denkvaardigheden worden aangesproken, wat zo belangrijk is voor hoogbegaafde leerlingen.
Dit AI-systeem kan gepersonaliseerde opdrachten maken, aansluitend op wat het kind écht nodig heeft. En zelfs onderwerpen aandragen waar de leraar misschien minder in thuis is – en dat vervolgens ook uitlegt aan de leraar waarom het bepaalde keuzes maakt. Zo blijft de leraar altijd in de lead, maar krijgt die wél de broodnodige ‘extra handen in de klas’.
Het project bestaat uit vier onderdelen:
Er zijn een paar plekken voor scholen die als partner mee willen doen met dit project, met name voor scholen in Nijmegen omgeving.
Wij zijn momenteel bezig met het aanvragen van subsidie voor dit onderzoek. In juni 2026 gaan we het indienen bij SIA RAAK Publiek. SIA is het landelijke regieorgaan voor praktijkgericht onderzoek.
Mail dan naar:
Stephanie Kramer/Michel Oey, docent/onderzoekers Hogeschool van Amsterdam
Lectoraat Digital Life www.digitallife.nu
s.kramer2@hva.nl / m.a.oey@hva.nl
Talentontwikkeling is essentieel voor de toekomst van Europa. Maar hoe zorg je ervoor dat hoogbegaafde kinderen, jongeren en volwassenen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben? Het European Talent Support Network (ETSN) speelt hierin een sleutelrol. Maar wat doet ETSN precies? Wat is het verschil tussen Talent Centres en Talent Points? En hoe kan jouw organisatie betrokken raken? In dit artikel zetten we de belangrijkste vragen en antwoorden over ETSN op een rij.
ETSN is een internationaal netwerk dat zich richt op talentontwikkeling bij kinderen, jongeren en volwassenen. Het netwerk bestaat uit European Talent Centres (meestal één per land) en lokale Talent Points.
Het netwerk telt momenteel 25 Talent Centres en bijna 400 Talent Points. ETSN streeft naar internationale kennisdeling, het organiseren van Europese Youth Summits en conferenties, en het stimuleren van samenwerking tussen Talent Points.
ETSN is ontstaan vanuit de European Council for High Ability (ECHA). Het netwerk groeide uit de behoefte om talentondersteuning internationaal beter te verbinden, expertise te delen en gezamenlijk projecten te ontwikkelen. Inmiddels is ETSN officieel een zelfstandige organisatie, die nauw verbonden is met ECHA.
European Talent Centres fungeren als centrale knooppunten binnen ETSN, meestal één per land. Zij coördineren en ondersteunen de lokale Talent Points, die op hun beurt actief zijn in talentontwikkeling op lokaal niveau. Talent Centres zijn verantwoordelijk voor het activeren en verbinden van Talent Points, het delen van kennis en het organiseren van activiteiten.
Talent Points zijn lokale organisaties die zich richten op de dagelijkse ondersteuning van talentvolle individuen. Samen vormen zij een netwerk dat zowel bottom-up als top-down werkt, met als doel om talentondersteuning zichtbaar en effectief te maken in heel Europa.
ETSN heeft acht hoofddoelen geformuleerd:
Het National Talent Centre of the Netherlands (NTCN) is het European Talent Centre voor Nederland. NTCN verbindt Nederlandse organisaties met elkaar en vormt de link naar het internationale ETSN-netwerk. NTCN faciliteert kennisdeling, ondersteunt Nederlandse deelnemers bij Europese conferenties en Youth Summits, en stimuleert samenwerking tussen Nederlandse Talent Points. Daarnaast speelt NTCN een belangrijke rol in het toegankelijk maken van internationale best practices voor Nederlandse professionals en organisaties.
Organisaties die zich richten op talentontwikkeling kunnen zich aanmelden als Talent Point. Dit biedt de mogelijkheid om deel te nemen aan het netwerk, kennis uit te wisselen en samen te werken met andere organisaties in Europa. Daarnaast kunnen professionals en jongeren deelnemen aan conferenties en Youth Summits, die regelmatig worden georganiseerd door ETSN en ECHA.
Voor meer informatie kan men terecht op de website van ETSN.
Op onderstaande kaart staan alle organisaties die betrokken zijn bij ETSN.
Ben jij:
Dan is de minor Autonomie in Actie iets voor jou.
In de minor Autonomie in Actie krijg je de kans om zelf richting te geven aan wat en hoe je leert, je leert werken aan complexe en uitdagende projecten, sparren met ontwikkelingsgelijken over je project én meer zelfinzicht te krijgen en ontdekken wat echt bij jou past. Thema’s als ‘talentontwikkeling’, ‘hoe daag je jezelf uit’ komen voorbij maar ook hoe je denkt, waar je behoefte aan hebt, keuzes maken en hoe je je doelen bereikt.
Je kiest zelf de inhoud van de minor, of dit nu gaat over ai, de zorg, duurzaamheid, processen, financiën, kunst, commercie, veiligheid of je eigen onderneming. Je hebt invloed op de inrichting van de minor en de toetsing. We werken met professionals uit het werkveld die o.a. masterclasses verzorgen.
Avans Hogeschool ontwikkelt deze nieuwe minor samen met studenten. Het doel: jouw motivatie vergroten door ruimte te geven aan jouw autonomie, competentieontwikkeling en verbondenheid met docenten en peers. Maar ook gehoor geven aan b.v. perfectionisme, uitstelgedrag, hoe stap je uit je comfortzone of dat je op je groepsgenoten vooruitloopt, en hoe je hen mee kan nemen in je plannen.
De minor maakt onderdeel uit van het promotieonderzoek van Wendy van Hoek-Graat. Meer informatie over het onderzoek of deelname: neem contact op wmj.vanhoek@avans.nl. Het onderzoek is deel van een promotieonderzoek vanuit de Erasmus Universiteit.
De eerste lesperiode is van 1 september 2026 tot en met 29 januari 2027, de minor is een semester van 30 ECTS op bachelor niveau bij Avans Hogeschool. Let op! Aanmelding sluit uiterlijk 12 juni 2026 om 18:00 uur.
De tweede lesperiode is van 1 februari 2027 t/m 30 juni 2027, de minor is een semester van 30 ECTS op bachelor niveau bij Avans Hogeschool. Let op! Aanmelding sluit uiterlijk 17 september 2026 om 18:00 uur.
Hoe kunnen leerkrachten beter inspelen op de behoeften van hoogbegaafde leerlingen? Wat werkt echt bij het stimuleren van leesmotivatie? En hoe zorgen we ervoor dat elke leerling het beste uit zichzelf haalt? Bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT werken drie onderzoekers aan antwoorden op deze vragen. Roeline Bijl, Kim Vogels – Lijbers en Kim Smeets delen hun inzichten en onderzoeken.
Ik ben Roeline Bijl en ik werk als onderzoeker bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Daarnaast werk ik als orthopedagoog bij CBO Talent Development in Nijmegen. Vanuit POINT mag ik promotieonderzoek doen naar de professionalisering van leerkrachten op het gebied van hoge verwachtingen en het differentiële gedrag dat daaruit voortkomt. Dit doe ik onder begeleiding van mijn promotor prof. dr. Anouke Bakx en mijn copromotoren dr. Linda van den Bergh en dr. Jessie Hillekens.
Mijn eerste studie is intussen afgerond, dat is een reviewstudie om inzicht te krijgen in welke professionalisering al is gedaan en wat daarin werkt. Op basis daarvan hebben we een professionaliseringstraject opgezet, wat we onderzoeken op effectiviteit voor leerkrachten en leerlingen.
Ik ben Kim Vogels-Lijbers en werk als onderzoeker en coördinator bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Ook werk ik een dag in de week als leerkracht op een basisschool. Vanuit POINT mag ik promotieonderzoek doen naar hoogbegaafdheid en lezen. Dit doe ik onder begeleiding van mijn promotor prof. dr. Anouke Bakx en mijn copromotor dr. Sietske van Viersen.
Mijn eerste studie is intussen afgerond en richt zich op het cognitieve profiel van hoogbegaafde discrepante lezers in het basisonderwijs. Mijn tweede studie richt zich op de percepties van ouders en leerkrachten op de cognitieve capaciteiten van kinderen met dyslexie. Deze studie ligt nu ter beoordeling bij een wetenschappelijk journal. Momenteel werk ik aan studies die zich richten op welke factoren leesmotivatie van basisschool kinderen bevorderen en of deze factoren verschillen voor kinderen met dyslexie of kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid.
Ik ben Kim Smeets en werk als onderzoeker en coördinator bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Vanuit POINT doe ik promotieonderzoek naar de expertise en professionalisering van leerkrachten in het onderwijs aan hoogbegaafde basisschoolleerlingen. Prof. dr. Anouke Bakx is mijn promotor en dr. Ellen Rohaan en dr. Sanne van der Ven zijn mijn copromotoren.
Ik heb inmiddels mijn proefschrift afgerond en verdedig deze in juni. De studies uit mijn proefschrift richten zich op: de oordelen die leerkrachten hebben over de cognitieve vaardigheden van zowel hoogbegaafde als andere leerlingen; de samenhang tussen intelligentie, de leerkracht-leerling relatie en de oordelen van leerkrachten over de intelligentie van leerlingen; de kennis en houding van basisschoolleerkrachten ten aanzien van hoogbegaafde leerlingen; en het ontwerp en de effectiviteit van een professionaliseringsspel gericht op hoogbegaafdheid.
Niet alle cognitief sterk functionerende leerlingen halen op school de resultaten die bij hun potentieel passen. Met name jongens lopen soms vast: ze verliezen motivatie, gaan onderpresteren en vermijden schoolwerk. Project Talent deed onderzoek dat aantoont dat er diepere oorzaken zijn, zoals een laag zelfbeeld of het gevoel dat school geen betekenis heeft.
De onderzoekers baseerden zich op het Pathways to Underachievement Model (PUM) van Snyder en Linnenbrink-Garcia (2013). Dit model onderscheidt twee routes:
Acht hoogbegaafde jongens (IQ ≥ 120) van 13 tot 16 jaar volgden een begeleidingsprogramma van vijf wekelijkse sessies. Vier jongeren richtten zich op het ontwikkelen van een groeimindset en het omgaan met fouten, terwijl de andere vier werkten aan het (her)ontdekken van persoonlijke waarden en interesses en het verbinden daarvan met schooltaken.
De begeleiding had positieve effecten:
Niet elke jongere reageerde even sterk, wat benadrukt dat maatwerk essentieel is.
Onderpresteren hangt niet alleen samen met motivatie, maar ook met identiteitsontwikkeling. School moet aansluiten bij de persoonlijke waarden en toekomstbeelden van jongeren. Interventies die hierop focussen, zoals reflectie-oefeningen en gesprekken over interesses, kunnen onderpresteren doorbreken
In haar inaugurale rede ‘Hoogbegaafdheid… to the POINT!’ pleitte Anouk Bakx voor meer aandacht voor hoogbegaafdheid in alle levensfasen, van jonge kinderen tot senioren, en voor het wegnemen van misconcepties en ongelijkheid. Ze sprak de rede uit op vrijdag 6 februari 2026 bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Hoogbegaafdheid, Transities en Maatschappelijke Impact aan Tilburg University. Deze nieuwe bijzondere leerstoel is mogelijk gemaakt door de Stichting Mensa Fonds.
In haar rede benadrukte Bakx dat hoogbegaafdheid niet alleen een kwestie is van een hoog IQ, maar een dynamisch en levenslang ontwikkelingsproces, dat beïnvloed wordt door de interactie tussen het individu en de omgeving. Dat noemen we person-environment-fit: de afstemming tussen de behoeften en mogelijkheden van hoogbegaafde individuen en de kansen, mogelijkheden, ondersteuning en eventuele beperkingen uit hun omgeving. Een goede match is essentieel voor optimale ontwikkeling en welbevinden.

Foto: Ineke Stofmeel (via Stichting Mensa Fonds)
Uit onderzoek binnen de POINT-onderzoekswerkplaatsen bleek dat professionals in de kinderopvang en groep 1-2 van de basisschool vaak nog te weinig kennis hebben om een ontwikkelingsvoorsprong tijdig te signaleren. Dit kan leiden tot een mismatch tussen het kind en de omgeving, met mogelijke sociale, emotionele of cognitieve gevolgen. Bakx benadrukte het belang van betere opleiding en bewustwording voor professionals in de kinderopvang.
De overgang naar de basisschool en later naar het voortgezet onderwijs zijn cruciale momenten. Bakx wees op het belang van onder andere compacten, verrijken en versnellen in het onderwijs, evenals het samenbrengen van hoogbegaafde leerlingen met ontwikkelingsgelijken. Dit bevordert niet alleen hun cognitieve ontwikkeling, maar ook hun zelfbeeldontwikkeling. Toch worden bepaalde groepen, zoals kinderen met een migratieachtergrond of dubbel bijzondere leerlingen nog te vaak over het hoofd gezien.
Voor hoogbegaafde studenten en jongvolwassenen is de transitie naar studie en werk een nieuwe uitdaging. Bakx benadrukte dat zelfinzicht, motivatie en een stimulerende leeromgeving cruciaal zijn. In het werkzame leven kunnen hoogbegaafde volwassenen frustratie ervaren als hun behoefte aan autonomie, diepgang en creativiteit niet wordt vervuld. Dit kan leiden tot onderbenutting van talent of zelfs bore-out. Bakx pleitte voor meer ruimte voor job crafting en autonomie-ondersteunend leiderschap, zodat hoogbegaafden hun potentieel kunnen benutten.
Een relatief onbekend terrein is hoogbegaafdheid op latere leeftijd. Bakx wees op het belang van generativiteit: de behoefte om kennis en ervaring door te geven aan jongere generaties. Hoogbegaafde senioren blijven vaak lang cognitief actief en kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan innovatie en maatschappelijke vraagstukken. Toch is er nog weinig onderzoek naar hun specifieke behoeften en uitdagingen, zoals eenzaamheid of het vinden van gelijkgestemden.
Bakx sloot haar rede af met een oproep tot meer onderzoek en samenwerking tussen wetenschap, praktijk en beleid. Centraal staat de vraag: ‘Welke mechanismen en condities bevorderen een optimale wisselwerking tussen hoogbegaafde individuen en hun omgeving?’ Haar doel is om de POINT-methodiek, oorspronkelijk ontwikkeld voor het onderwijs, uit te breiden naar volwassenen en senioren. Zo hoopt ze bij te dragen aan een samenleving waarin hoogbegaafd potentieel in alle levensfasen wordt herkend, gestimuleerd en gewaardeerd.
De leerstoel, mogelijk gemaakt door (donateurs van) het Mensa Fonds, richt zich op het onderzoeken van de ontwikkeling van hoogbegaafde mensen – met speciale aandacht voor de impact van belangrijke overgangen in een levensloop, zoals van onderwijs naar werk of van werk naar pensionering. Ook draagt de leerstoel bij aan het ontwikkelen van interventies gericht op het bevorderen van de veerkracht en het welzijn van hoogbegaafde mensen. Er is nog relatief weinig bekend over de levensloop van hoogbegaafde mensen, oftewel mensen met een hoog ontwikkelingspotentieel. Door middel van deze bijzondere leerstoel hopen Tilburg University en het Mensa Fonds zowel de wetenschappelijke kennis over hoogbegaafde mensen, als meerwaarde van hoogbegaafde mensen voor de gehele maatschappij te vergroten.
Prof. dr. Anouke Bakx is door Tilburg University benoemd op de bijzondere leerstoel ‘Hoogbegaafdheid, Transities en Maatschappelijke Impact’ en is lector Goed leraarschap, Goed leiderschap aan Fontys Hogeschool en bestuurslid van het National Talent Centre of the Netherlands. Ze heeft de onderwijsonderzoekswerkplaatsen van POINT (Passend Onderwijs voor Ieder Nieuw Talent opgericht, waarin onderzoek, onderwijs, opleiding en ontwikkeling samenkomen. Het POINT-concept heeft meerdere prijzen gewonnen voor de verbinding van wetenschap en praktijk. Daarnaast is zij medeoprichter van het wetenschappelijk expertisecentrum RATiO. In 2019 werd haar werk erkend met een nominatie voor de Mensa Fonds Uitblinker Award.