Gezocht: basisscholen voor project Juf Aimée, AI-onderwijsassistent voor hb-kinderen

Wie zijn de initiatiefnemers?

De onderzoeksgroep Digital Life van de Hogeschool van Amsterdam.

Waarom dit project?

In Nederland zitten naar schatting minstens 70.000 kinderen thuis zonder passend onderwijs. Een opvallend groot deel van die thuiszitters – tussen de 25% en 40% – is hoogbegaafd. En dat terwijl maar ca. 2,5% van alle kinderen in die categorie valt. Hoogbegaafde kinderen redden het vaak niet in het reguliere onderwijs. Niet omdat ze niet slim genoeg zijn, maar juist omdat hun leerbehoeften zo anders zijn. Ze vervelen zich, worden niet uitgedaagd en raken daardoor gedemotiveerd. Hun brein werkt anders. Dat kan leiden tot onderpresteren, sociale problemen, en uiteindelijk soms zelfs schooluitval. Zonde – niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de samenleving, want deze kinderen hebben veel potentieel in zich.

Het probleem in de klas

Leraren zien dit probleem ook. Ze willen wel differentieren voor hoogbegaafde leerlingen, maar lopen tegen grenzen aan. De klassen zijn (te) groot, het lerarentekort drukt zwaar op scholen, en de aandacht gaat vaak noodgedwongen naar kinderen die achterlopen. De hoogbegaafde kinderen krijgen dan vaak niet de hulp die zij nodig hebben.

Strategieën zoals versnellen en verrijken helpen, maar lossen het probleem niet altijd/volledig op. Veel van deze programma’s sluiten niet aan bij de manier van denken en leren die deze kinderen nodig hebben – ze prikkelen hun hogere orde denkvaardigheden onvoldoende.

Een kans: AI als extra steun

Dit project onderzoekt hoe kunstmatige intelligentie (AI) kan helpen om deze uitdaging aan te pakken. Geen robot die de leraar vervangt, maar slimme technologie die helpt om opdrachten en begeleiding beter af te stemmen op de leerstijl, het tempo en de interesses van hoogbegaafde kinderen. Denk aan een AI-onderwijsassistent die opdrachten kan bedenken waarmee de hogere orde denkvaardigheden worden aangesproken, wat zo belangrijk is voor hoogbegaafde leerlingen.

Dit AI-systeem kan gepersonaliseerde opdrachten maken, aansluitend op wat het kind écht nodig heeft. En zelfs onderwerpen aandragen waar de leraar misschien minder in thuis is – en dat vervolgens ook uitlegt aan de leraar waarom het bepaalde keuzes maakt. Zo blijft de leraar altijd in de lead, maar krijgt die wél de broodnodige ‘extra handen in de klas’.

Wat gaan we doen?

Het project bestaat uit vier onderdelen:

  1. Samen met leraren en leerlingen onderzoeken we welke functies het AI- systeem moet hebben (denk aan vorm, gebruiksvriendelijkheid en inhoud).
  2. We ontwerpen een AI-systeem dat uitlegt welke keuzes het maakt en verantwoord werkt (‘explainable’ en ‘responsible’ AI).
  3. We bouwen een prototype, gebaseerd op de input van het veld.
  4. We testen het prototype op scholen, en kijken hoe effectief en bruikbaar het is in de praktijk.

Doe je mee?

Er zijn een paar plekken voor scholen die als partner mee willen doen met dit project, met name voor scholen in Nijmegen omgeving.

Wij zijn momenteel bezig met het aanvragen van subsidie voor dit onderzoek. In juni 2026 gaan we het indienen bij SIA RAAK Publiek. SIA is het landelijke regieorgaan voor praktijkgericht onderzoek.

Wil je meer weten over het onderzoek en deelname?

Mail dan naar:
Stephanie Kramer/Michel Oey, docent/onderzoekers Hogeschool van Amsterdam
Lectoraat Digital Life www.digitallife.nu
s.kramer2@hva.nl / m.a.oey@hva.nl

Wat zijn Talent Points en European Talent Centres? Een kort overzicht in zes vragen

Talentontwikkeling is essentieel voor de toekomst van Europa. Maar hoe zorg je ervoor dat hoogbegaafde kinderen, jongeren en volwassenen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben? Het European Talent Support Network (ETSN) speelt hierin een sleutelrol. Maar wat doet ETSN precies? Wat is het verschil tussen Talent Centres en Talent Points? En hoe kan jouw organisatie betrokken raken? In dit artikel zetten we de belangrijkste vragen en antwoorden over ETSN op een rij.

Wat is het European Talent Support Network (ETSN)?

ETSN is een internationaal netwerk dat zich richt op talentontwikkeling bij kinderen, jongeren en volwassenen. Het netwerk bestaat uit European Talent Centres (meestal één per land) en lokale Talent Points.

Het netwerk telt momenteel 25 Talent Centres en bijna 400 Talent Points. ETSN streeft naar internationale kennisdeling, het organiseren van Europese Youth Summits en conferenties, en het stimuleren van samenwerking tussen Talent Points.

ETSN is ontstaan vanuit de European Council for High Ability (ECHA). Het netwerk groeide uit de behoefte om talentondersteuning internationaal beter te verbinden, expertise te delen en gezamenlijk projecten te ontwikkelen. Inmiddels is ETSN officieel een zelfstandige organisatie, die nauw verbonden is met ECHA.

Wat is het verschil tussen European Talent Centres en Talent Points?

European Talent Centres fungeren als centrale knooppunten binnen ETSN, meestal één per land. Zij coördineren en ondersteunen de lokale Talent Points, die op hun beurt actief zijn in talentontwikkeling op lokaal niveau. Talent Centres zijn verantwoordelijk voor het activeren en verbinden van Talent Points, het delen van kennis en het organiseren van activiteiten.

Talent Points zijn lokale organisaties die zich richten op de dagelijkse ondersteuning van talentvolle individuen. Samen vormen zij een netwerk dat zowel bottom-up als top-down werkt, met als doel om talentondersteuning zichtbaar en effectief te maken in heel Europa.

Wat zijn de belangrijkste doelen van ETSN?

ETSN heeft acht hoofddoelen geformuleerd:

  • Het vergroten van het herkennen van hoogbegaafde jongeren in Europa.
  • Het bieden van verschillende soorten ondersteuning (educatief, financieel, moreel) aan hoogbegaafde jongeren.
  • Het stimuleren van onderzoek op het gebied van hoogbegaafdheid en het toepassen van onderzoeksresultaten in de praktijk.
  • Het uitbreiden van het kader van best practices onder netwerkleden, zowel in Europa als internationaal.
  • Het aantonen dat er een ‘kritische massa’ is bereikt op Europees niveau, zodat ETSN een rol kan spelen in EU- en nationale beleidsdiscussies.
  • Het vergroten van het lidmaatschap van ECHA door meer mensen bekend te maken met de activiteiten van ECHA.
  • Het creëren van een gemeenschap die zich richt op de verschillende behoeften van hoogbegaafden, niet alleen academisch.
  • Het ontwikkelen van een cultuur die respect en diversiteit binnen de gemeenschap bevordert.

Wat is de rol van NTCN binnen ETSN?

Het National Talent Centre of the Netherlands (NTCN) is het European Talent Centre voor Nederland. NTCN verbindt Nederlandse organisaties met elkaar en vormt de link naar het internationale ETSN-netwerk. NTCN faciliteert kennisdeling, ondersteunt Nederlandse deelnemers bij Europese conferenties en Youth Summits, en stimuleert samenwerking tussen Nederlandse Talent Points. Daarnaast speelt NTCN een belangrijke rol in het toegankelijk maken van internationale best practices voor Nederlandse professionals en organisaties.

Hoe kun je betrokken raken bij ETSN?

Organisaties die zich richten op talentontwikkeling kunnen zich aanmelden als Talent Point. Dit biedt de mogelijkheid om deel te nemen aan het netwerk, kennis uit te wisselen en samen te werken met andere organisaties in Europa. Daarnaast kunnen professionals en jongeren deelnemen aan conferenties en Youth Summits, die regelmatig worden georganiseerd door ETSN en ECHA.

Voor meer informatie kan men terecht op de website van ETSN.

Waar kan ik alle Talent Centres en Points vinden?

Op onderstaande kaart staan alle organisaties die betrokken zijn bij ETSN.

Hb-studenten gezocht voor minor Autonomie in Actie

Ben jij:

  • Nieuwsgierig?
  • Zoek je extra uitdaging?
  • Wil je graag leren hoe je jouw talenten inzet in je studie en je werk?
  • Begrijp je nieuwe ideeën snel?
  • Ben je goed in het oplossen van problemen?
  • Heb je vele interesses?
  • Heb je hoge verwachtingen van jezelf?
  • Wil je graag van betekenis zijn en een actieve bijdrage leveren voor een bedrijf of aan een onderzoek in een lectoraat?

Dan is de minor Autonomie in Actie iets voor jou.

Over de minor

In de minor Autonomie in Actie krijg je de kans om zelf richting te geven aan wat en hoe je leert, je leert werken aan complexe en uitdagende projecten, sparren met ontwikkelingsgelijken over je project én meer zelfinzicht te krijgen en ontdekken wat echt bij jou past. Thema’s als ‘talentontwikkeling’, ‘hoe daag je jezelf uit’ komen voorbij maar ook hoe je denkt, waar je behoefte aan hebt, keuzes maken en hoe je je doelen bereikt.

Je kiest zelf de inhoud van de minor, of dit nu gaat over ai, de zorg, duurzaamheid, processen, financiën, kunst, commercie, veiligheid of je eigen onderneming. Je hebt invloed op de inrichting van de minor en de toetsing. We werken met professionals uit het werkveld die o.a. masterclasses verzorgen.

Avans Hogeschool ontwikkelt deze nieuwe minor samen met studenten. Het doel: jouw motivatie vergroten door ruimte te geven aan jouw autonomie, competentieontwikkeling en verbondenheid met docenten en peers. Maar ook gehoor geven aan b.v. perfectionisme, uitstelgedrag, hoe stap je uit je comfortzone of dat je op je groepsgenoten vooruitloopt, en hoe je hen mee kan nemen in je plannen.

Onderzoek

De minor maakt onderdeel uit van het promotieonderzoek van Wendy van Hoek-Graat.  Meer informatie over het onderzoek of deelname: neem contact op wmj.vanhoek@avans.nl. Het onderzoek is deel van een promotieonderzoek vanuit de Erasmus Universiteit.

Meer informatie en aanmelden

De eerste lesperiode is van 1 september 2026 tot en met 29 januari 2027, de minor is een semester van 30 ECTS op bachelor niveau bij Avans Hogeschool. Let op! Aanmelding sluit uiterlijk 12 juni 2026 om 18:00 uur.

De tweede lesperiode is van 1 februari 2027 t/m 30 juni 2027, de minor is een semester van 30 ECTS op bachelor niveau bij Avans Hogeschool. Let op! Aanmelding sluit uiterlijk 17 september 2026 om 18:00 uur.

Drie POINT-wetenschappers over hun praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek

Hoe kunnen leerkrachten beter inspelen op de behoeften van hoogbegaafde leerlingen? Wat werkt echt bij het stimuleren van leesmotivatie? En hoe zorgen we ervoor dat elke leerling het beste uit zichzelf haalt? Bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT werken drie onderzoekers aan antwoorden op deze vragen. Roeline Bijl, Kim Vogels – Lijbers en Kim Smeets delen hun inzichten en onderzoeken.

Roeline Bijl: professionalisering van leerkrachten op het gebied van hoge verwachtingen en differentieel gedrag

Ik ben Roeline Bijl en ik werk als onderzoeker bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Daarnaast werk ik als orthopedagoog bij CBO Talent Development in Nijmegen. Vanuit POINT mag ik promotieonderzoek doen naar de professionalisering van leerkrachten op het gebied van hoge verwachtingen en het differentiële gedrag dat daaruit voortkomt. Dit doe ik onder begeleiding van mijn promotor prof. dr. Anouke Bakx en mijn copromotoren dr. Linda van den Bergh en dr. Jessie Hillekens.

Mijn eerste studie is intussen afgerond, dat is een reviewstudie om inzicht te krijgen in welke professionalisering al is gedaan en wat daarin werkt. Op basis daarvan hebben we een professionaliseringstraject opgezet, wat we onderzoeken op effectiviteit voor leerkrachten en leerlingen.

Kim Vogels – Lijbers: hoogbegaafdheid en lezen

Ik ben Kim Vogels-Lijbers en werk als onderzoeker en coördinator bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Ook werk ik een dag in de week als leerkracht op een basisschool. Vanuit POINT mag ik promotieonderzoek doen naar hoogbegaafdheid en lezen. Dit doe ik onder begeleiding van mijn promotor prof. dr. Anouke Bakx en mijn copromotor dr. Sietske van Viersen.

Mijn eerste studie is intussen afgerond en richt zich op het cognitieve profiel van hoogbegaafde discrepante lezers in het basisonderwijs. Mijn tweede studie richt zich op de percepties van ouders en leerkrachten op de cognitieve capaciteiten van kinderen met dyslexie. Deze studie ligt nu ter beoordeling bij een wetenschappelijk journal. Momenteel werk ik aan studies die zich richten op welke factoren leesmotivatie van basisschool kinderen bevorderen en of deze factoren verschillen voor kinderen met dyslexie of kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid.

Kim Smeets: expertise en professionalisering van po-leerkrachten aan hb-leerlingen

Ik ben Kim Smeets en werk als onderzoeker en coördinator bij de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT. Vanuit POINT doe ik promotieonderzoek naar de expertise en professionalisering van leerkrachten in het onderwijs aan hoogbegaafde basisschoolleerlingen. Prof. dr. Anouke Bakx is mijn promotor en dr. Ellen Rohaan en dr. Sanne van der Ven zijn mijn copromotoren.

Ik heb inmiddels mijn proefschrift afgerond en verdedig deze in juni. De studies uit mijn proefschrift richten zich op: de oordelen die leerkrachten hebben over de cognitieve vaardigheden van zowel hoogbegaafde als andere leerlingen; de samenhang tussen intelligentie, de leerkracht-leerling relatie en de oordelen van leerkrachten over de intelligentie van leerlingen; de kennis en houding van basisschoolleerkrachten ten aanzien van hoogbegaafde leerlingen; en het ontwerp en de effectiviteit van een professionaliseringsspel gericht op hoogbegaafdheid.