Klankbordgroep: NTCN als verbindend netwerk. Samen staan we sterker.

Wat willen deelnemers van de NTCN-klankbordgroep halen uit en brengen aan deze groep? Hoe kan NTCN de komende jaren een nog belangrijkere rol spelen in het veld van hoogbegaafdheid en talentontwikkeling? Welke rol kunnen de Talent Point spelen? Die vragen stonden centraal tijdens een bijeenkomst van de Klankbordgroep. De antwoorden waren opvallend eenduidig: NTCN wordt vooral gezien als een verbindend netwerk. Woorden als ontmoeting, netwerk, samenwerking, kennisdeling en inspiratie kwamen vaak terug.

Dat sluit duidelijk aan bij de onze missie: het verbinden, versterken en verspreiden van expertise over (hoog)begaafdheid en talentontwikkeling. Als onafhankelijk en gezaghebbend platform bundelt NTCN kennis, netwerken en initiatieven, en maakt deze toegankelijk voor onderwijsprofessionals, beleidsmakers, zorgverleners en ouders. Ons doel? Optimale kansen creëren voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde kinderen, jongeren en volwassenen in Nederland.

Wensen en behoeftes van de klankbordgroep

Uit de gesprekken met de klankbordgroep kwam een aantal duidelijke wensen en behoeften naar voren:

  • NTCN als ontmoetingsplek voor praktijk, wetenschap, beleid en onderwijs. Deelnemers benadrukten dat NTCN de plek moet zijn waar verschillende werelden elkaar vinden. Of het nu gaat om onderwijs (PO, VO, MBO, HBO, WO), wetenschap, beleid of praktijk: NTCN kan fungeren als bruggenbouwer.
  • In het verlengde daarvan: een sterkere verbinding tussen onderwijsniveaus. Er is behoefte aan meer verbinding tussen primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (MBO), hoger beroepsonderwijs (HBO) en wetenschappelijk onderwijs (WO). NTCN kan hierin een coördinerende rol vervullen, bijvoorbeeld door het organiseren van cross-sectorale bijeenkomsten of het delen van best practices tussen de verschillende niveaus.
  • Talent Points als cruciale schakels binnen het netwerk. Zij kunnen helpen om initiatieven lokaal te verankeren en de verbinding met het landelijke netwerk te versterken.
  • Meer zichtbaarheid en gezag. Deelnemers willen dat NTCN, de Talent Points en het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid sterker gepositioneerd wordt, zowel binnen Nederland als internationaal.
  • Intensievere contacten richting OCW en de politiek om hoogbegaafdheid structureel op de agenda te zetten, maar ook om beleidsmakers en politici op een goede manier te informeren.
  • Actieve betrokkenheid van deelnemers. De klankbordgroep wil actief bijdragen met expertise, onderzoek, praktijkervaringen en netwerkcontacten. NTCN kan hierin faciliteren door het organiseren van interactieve bijeenkomsten waar deelnemers zelf initiatieven kunnen presenteren en het creëren van een platform voor kennisuitwisseling, bijvoorbeeld via een digitale community of nieuwsbrief.

Hoe gaat NTCN invulling geven aan deze wensen?

Het jaarplan 2025-2026 van NTCN bouwt voort op deze inzichten. De ambities voor 2026 zijn hierop afgestemd:

  • NTCN is onderscheidend in het veld van hoogbegaafdheid. We streven naar een stabiele, gezaghebbende positie als verbinder in het veld. Dit betekent: samenwerken met **wetenschappelijke instituten en bedrijven** die hun waarde hebben bewezen, ondersteunen van projecten die gebaseerd zijn op deugdelijk onderzoek en bewezen effectiviteit en een platform bieden voor alle betrokkenen die behoefte hebben aan verbinding.
  • Uitbouw en verduurzaming van het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid (KCHB). In 2026 wordt gewerkt aan: 1. inspiratie, verbinding en facilitering voor professionals en organisaties en 2. duurzame inbedding van het kenniscentrum, zodat het een structurele rol kan vervullen.
  • Inspireren, verbinden en faciliteren voor alle leeftijdsgroepen. NTCN richt zich in 2026 specifiek op: professionals betrokken bij de doelgroep 0-18 jaar (bijv. leerkrachten, begeleiders, ouders) en professionals betrokken bij de doelgroep 18+ (bijv. loopbaanbegeleiders, HR-professionals, werkgevers).
  • Internationale verbinding: NTCN als deel van een Europees netwerk. NTCN opereert niet alleen nationaal, maar ook internationaal als coördinator van nationale Talent Points binnen het European Talent Support Network (ETSN). Hierdoor vinden Europese inzichten en kennis hun weg naar Nederland, en omgekeerd. Deze internationale verbinding wordt door deelnemers aan de Klankbordgroep als essentieel gezien voor de verdere ontwikkeling van het veld.

Wat betekent dit voor de toekomst?

De opbrengsten van de klankbordgroep en het jaarplan laten zien dat NTCN de komende jaren een centrale, verbindende rol wil vervullen. Dit betekent:

  • Een platform zijn waar praktijk, wetenschap, beleid en onderwijs elkaar ontmoeten.
  • Kennis delen en toegankelijk maken voor alle betrokkenen.
  • Lobbyen voor structurele aandacht voor hoogbegaafdheid bij beleidsmakers en politici.
  • Samenwerken met internationale netwerken zoals ETSN en ECHA.
  • Actief betrekken van deelnemers bij de ontwikkeling van het netwerk.

Werk je met ons samen aan deze ambities?

NTCN nodigt alle betrokkenen uit om actief bij te dragen aan dit netwerk. Of je nu kennis of ervaringen wilt delen, samenwerkingsmogelijkheden ziet, of initiatieven wilt opzetten, neem dan contact met ons op.

Hoogbegaafd en leesproblemen: een andere blik op ontwikkeling

Hoogbegaafde kinderen kunnen alles, toch? Kim Lijbers, onderzoeker bij POINT, weet wel beter. Haar onderzoek naar hoogbegaafde leerlingen met leesproblemen toont aan dat talent en leesvaardigheid niet altijd hand in hand gaan. En dat dat oké is.

“Na de academische pabo in Utrecht, gecombineerd met een bachelor onderwijskunde, heb ik de master onderwijswetenschappen gevolgd. Daarna kwam ik terecht op een school voor hoogbegaafde kinderen in mijn eigen regio. Ik was eerst onzeker: zou deze doelgroep bij me passen? Maar na een dag meelopen was ik verkocht. De dynamiek, de diepgang, de manier waarop deze kinderen dachten, het sprak me enorm aan. Ik verdiepte me in het onderwerp en ontdekte al snel dat er nog zoveel te leren viel.

Bijvoorbeeld dat de vooroordelen over deze groep groot waren. Hoogbegaafde kinderen kunnen alles, toch? Dat klopte niet. Wat ik wel zag, waren kinderen met unieke behoeften, die niet altijd werden begrepen.
Mijn oorspronkelijke plan was om leerkracht te blijven. Tot POINT op mijn pad kwam. Drie jaar lang coördineerde ik een werkplaats in Den Bosch, waar wetenschappelijk onderzoek en onderwijspraktijk samenkomen. En toen was de stap naar promotieonderzoek snel gezet.

Discrepante lezers: een vergeten groep

Mijn onderzoek komt voort uit mijn scriptie, het richt zich op een bijzondere groep: hoogbegaafde kinderen die moeite hebben met lezen, maar niet voldoen aan de criteria voor dyslexie. We noemen ze discrepante lezers: kinderen met een hoog IQ, maar een leesvaardigheid die daar niet bij past. Deze groep valt vaak tussen wal en schip: ze krijgen geen diagnose, en dus ook geen passende begeleiding, terwijl ze wel frustratie kunnen ervaren.

Tijdens mijn scriptie ben ik begeleid door Arjan van Tilborg (docent aan de pabo, Hogeschool Leiden). Anouke Bakx (lector Goed leraarschap, Goed leiderschap, Fontys Hogeschool) en Sietske van Viersen (onderzoeker Pedagogiek in Diverse Samenlevingen, Universiteit Utrecht) zijn daar bijgekomen toen ik mijn scriptie om ging zetten naar een wetenschappelijke paper. Sietske was voor mij een groot voorbeeld, zij is gepromoveerd op het onderwerp dyslexie en hoogbegaafdheid.

Uit ons onderzoek bleek iets verrassends. We keken naar zwaktes op gebieden die vaak geassocieerd worden met dyslexie, zoals fonemisch bewustzijn (het herkennen van klanken in woorden), benoemsnelheid en verbale kortetermijngeheugen. Maar deze kinderen lieten geen extra zwaktes zien ten opzichte van hoogbegaafde kinderen zonder leesproblemen. Ook toonden ze geen bijzondere sterktes op deze gebieden. Hun prestaties waren simpelweg gemiddeld. Toch kunnen ze het lezen als een probleem ervaren. En dat heeft alles te maken met verwachtingen.

Van hoogbegaafde kinderen wordt vaak aangenomen dat ze overal goed in zijn. Ouders, leerkrachten en de kinderen zelf verwachten dat ze uitblinken, ook in lezen. Als dat niet het geval is, ontstaat frustratie. Maar het is zeker niet vanzelfsprekend dat hoogbegaafde kinderen goed kunnen lezen. De correlatie tussen intelligentie en leesvaardigheid is hoogstens gemiddeld, niet hoog. Sommige kinderen hebben gewoon tijd nodig. Andere ontdekken pas later de motivatie om te lezen. En dat is oké.

Een andere aanpak: focus op talent

In het onderwijs zien we vaak dat we ons richten op het wegwerken van zwaktes: ‘Dit kan een kind niet, dus daar moeten we extra mee oefenen’. Dat is op zich niet verkeerd, maar we vergeten soms om te kijken naar waar een kind wel goed in is. Voor hoogbegaafde kinderen (eigenlijk voor alle kinderen) is het essentieel om oog te houden voor hun talenten. Want als je alleen hoort wat je niet kunt, daalt je competentiegevoel. En dat raakt niet alleen de motivatie, maar ook het welbevinden.

Voor discrepante lezers betekent dit een andere benadering. In plaats van te focussen op het verbeteren van leesvaardigheid (wat vaak niet helpt, omdat er geen onderliggende zwakte is), kun je beter kijken naar hun ambities. Wat willen ze bereiken? Wat drijft ze? Hoe kan lezen daarin een rol spelen, of juist minder centraal staan? Door lezen te koppelen aan hun interesses en sterke punten, wordt het ineens een aangenamere taak. Psycho-educatie is hier ook belangrijk: uitleggen dat je niet overal goed in hoeft te zijn, zelfs als je hoogbegaafd bent.

Mijn boodschap is simpel: kijk verder dan de zwaktes. Kijk naar het kind, niet het label. En onthoud: een kind dat niet goed kan lezen, is niet per definitie een kind met een probleem. Soms heeft het gewoon tijd, motivatie of een andere benadering nodig.”

Meer weten?